Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van uitgifte van bankbiljetten voortvloeiende, geheel ten bate van 's Rijks schatkist kwam; maar daartegen zy opgemerkt, dat indien de aanbevolen maatregel practisch uitvoerbaar en in het algemeen belang heilzaam mocht zijn, de Staat zich door deze overweging zeker niet zou behoeven te laten afschrikken, er zijne medewerking aan te verleenen. Het disconteeren van papier op plaatsen, waar geen agentschap of correspondentschap deiBank gevestigd is, zou waarschijnlijk niet zoo belangrijke sommen beloopen, dat de aansprakelijkheid wegens fraude of verzuim van de zijde der postambtenaren voor den Staat te bezwarend zou worden ; en zulks te minder, omdat 2/3 gedeelten der winsten door de Bank met deze disconteering door bemiddeling deipostkantoren gemaakt, in het stelsel van het wetsontwerp toch in de schatkist zouden vloeien. — Bovendien gaan de leden, wier betoog hier wordt bestreden, waar zij dit zuiver financieele argument bezigen, uit van de stilzwijgende onderstelling, dat de volle winst, door een Staatsbank ta behalen, meer zou bedragen dan het, in de voorgedragen regeling voor den Staat bedongen aandeel in de winsten der Nederlandsche Bank. Gelijk zooeven werd gezegd, is het allerminst zeker, dat deze onderstelling zou worden bewaarheid.

Kan de ondergeteekende derhalve aan de vóór eene Staatsbank aangevoerde gronden niet veel waarde hechten, geheel onderschrijft hij de bedenkingen tegen eene Staatsbank inhetVoorloopig Verslag met groote juistheid ontwikkeld. Onder verwijzing naar hetgeen dienaangaande aan den voet van blz. 3 en op blz. 4 van dat Verslag voorkomt, moge ter aanvulling nog slechts het volgende dienen.

Terecht wordt herinnerd aan hetgeen in den Fransch-Duitschen oorlog met de bezittingen der Fransche Bank te Straatsburg voorviel. Intusschen men behoeft nog niet aan de bezetting van het land door vijandelijke troepen te denken om te doen uitkomen, dat in geval van internationale verwikkelingen eene particuliere instelling de voorkeur zou verdienen boven eene Staatsbank. Indien eene kleine natie als de onze in een internationaal conflict werd betrokken, bijv. in het verre Oosten ot in Amerika, zou ongetwijfeld haar crediet, op ernstige wijze den terugslag dei- gebeurtenissen ondervinden. Was de circulatiebank van zoodanige mogendheid eene Staatsinstelling, dan zou het crediet dier instelling met dat van den Staat vereenzelvigd worden en gelijkelijk dalen. In veel mindere mate zou dit echter het geval zijn, indien die Bank was een particulier lichaam. De Fransche Bank gaf in 1870/1871 tijdens den oorlog en de Parijsche commune het schitterendste bewijs, hoe het crediet van zoodanig lichaam zich kan handhaven zelfs in de voor de natie hachelijkste tijden. Daarop doelde het

Sluiten