Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeling, waaromtrent eindelijk en niet zonder moeite overeenstemming is verkregen, niet kunnen uitblijven. Op die wijze zou echter de geheele zaak weder op losse schroeven komen te staan. De ondergeteekende kan daartoe niet medewerken.

Blijft te bespreken de kritiek, in dit deel van het Voorloopig Verslag op de gestie van het Bankbestuur geoefend.

In het bijzonder werd twijfel geopperd, of de Bank, in tegenstelling met hetgeen in Duitschland valt waar te nemen, wel veel bijdraagt om het giroverkeer tot ontwikkeling te brengen. Aangezien deze bedenking op verschillende punten in het Voorloopig Verslag terugkomt, zal de ondergeteekende eenigszins uitvoerig toelichten, waarom het zeer de vraag is, of de bij de Nederlandsche Bank geldende regelen voor het houden van rekening-courant inderdaad wel zoo belemmerend werken als men zich schijnt voor te stellen.

In de eerste plaats valt al dadelijk op te merken, dat de Nederlandsche Bank verhoudingsgewijze meer kantoren heeft dan de Duitsche Rijksbank. Alle overschrijvingen tusschen die kantoren geschieden franco provisie; alle crediteering eveneens, mits de Bank, wegens disconteering, beleening. aanzuivering van debetsaldo's, incasso's etc. iets verdiend heeft aan de transactie die tot het crediteeren leidde. Bovendien genieten alle firma's en instellingen, die het kassiersbedrijf uitoefenen, vrijdom van provisie voor stortingen in specie, in bankpapier, in bij de Batik betaalbaar gestelde coupons, in wissels, enz. Daar nu buiten de beide groote handelscentra nagenoeg allen die gelden fondsenhandel drijven, behalve als bankiers en commissionnairs in effecten tevens als kassiers werkzaam zijn, is de Bank ten hunnen opzichte steeds zeer vrijgevig met het verleenen van vrijdom van provisie. Maar te Amsterdam en te Rotterdam, en wel in het bijzonder te Amsterdam, is de verhouding van de Bank tegenover de geldkantoren eene geheel andere. Daar toch is de kassierderij een geheel zelfstandige tak van bedrijf, wier bestendiging en handhaving voor de Nederlandsche Bank en voor het verkeer in het algemeen, van het grootste belang is te achten, reden waarom alléén aan haar de vrijdom van provisie wordt toegestaan die aan alle andere Amsterdamsche geldkantoren, bankiers, commissionnairs in effecten, etc. onthouden wordt. De kassierderij toch bewijst diensten aan den handel, die de Nederlandsche Bank niet in gelijke mate zou kunnen en mogen bewijzen, en verleende nu de Bank het voorrecht van franco provisie voor alle rekeningcourant-transactiën met verlaging van incasso-provisie aan allen — of juister ge>egd gat zij niet den kassiers op de eene of andere wijze een voorrecht boven bankiers, handelaars, enz. — dan staat het te vreezen,

Sluiten