Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Bank van Frankrijk toch is van oudsher gebonden aan het wettelijk voorschrift, dat ter disconteering alleen mag worden toegelaten papier „garanti par trois signatures au moins, notoirement solvables" (art. 11 des Status fondamentaux van 16 Januari 1808, welk artikel bij alle verdere octrooiverlengingen onveranderd behouden bleef.) Nu denke men niet, dat de Fransche Bank voor de kleine handelaars openstaat; want een ter zake opzettelijk ingesteld onderzoek heeft geleerd, dat het kleine papier waarvan in de jaarverslagen wordt gewaagd, en dat van den kleinhandel afkomstig is, bij de Bank komt door bemiddeling van de disconteerende bankiers; want het is eene groote zeldzaamheid, dat kleine handelaars er in slagen, toelating ter disconteering bij de Bank te verkrijgen.

Tegenover dat kleine verkeer nu plaatst de Nederlandsche Bank zich op een geheel ander standpunt. De in hare reglementen bedoelde toelating tot disconteering wordt alleen onthouden aan notoir ongunstig bekend staande personen, firma's of instellingen, en daar de wettelijke bepalingen waaraan zij gebonden is, het aannemen van papier met slechts twee solidair verbondenen toelaat, vindt heel wat papier van grossiers, aan hunne order door kleinhandelaren afgegeven rechtstreeks zijn weg naar de Bank, zonder dat daarbij behoeft te worden gebruik gemaakt van de tusschenkomst van bankiers of credietinstellingen, wier, natuurlijk niet kosteloos, te verleenen hulp onvermijdelijk zou moeten worden ingeroepen, indien hier te lande de discontopolitiek van de Bank van Frankrijk moest worden nagevolgd.

Niettegenstaande in de Memorie van Toelichting reeds op, naar het voorkomt, overtuigende wijze is aangetoond, dat ons land, wat het aantal bankkantoren betreft, in vergelijking met andere landen allerminst reden van klagen heeft, wordt door sommige leden als een grief tegen het Bankbestuur aangevoerd, dat geleidelijke vermeerdering van dat aantal uitbleef na de plotselinge uitbreiding welke in 1889 plaats had. Toch ligt de verklaring van het feit waarop gewezen wordt, voor de hand. Juist omdat in 1889, na de hernieuwing van het octrooi, een betrekkelijk groot aantal nieuwe agentschappen en correspondentschappen waren gevestigd, kon aanvankelijk van verdere stappen in die richting worden afgezien. Later begon het einde van het loopende octrooi reeds nabij te komen, en het is alleszins begrijpelijk, dat het nemen van nieuwe maatregelen werd aangehouden totdat omtrent het al dan niet voortzetten van haar bedrijf door de Bank zekerheid zou zijn verkregen. Blijkens bekomen inlichtingen zijn vooral in den laatsten tijd verschillende aanzoeken tot het openen van correspondentschappen in plaatsen, die tot dusver daarvan verstoken bleven, bij de Bank ingekomen en ligt het in de bedoeling der directie, zoodra het onderhavig wetsontwerp

Sluiten