Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal zijn aangenomen op velerlei gebied reorganisaties ter hand te nemen, waarbij de vestiging van nieuwe correspondentschappen zeer spoedig op den voorgrond zal treden. — Ook zonder deze toezegging zou de ondergeteekende er zich echter wel voor wachten het voorstel te doen, in § 3, sub 4°. aanbevolen, dat nl. de wet aan de Bank de verplichting zou opleggen in alle gemeenten met meer dan 5000 zielen een correspondentschap te vestigen. In tal van deze gemeenten ware evenmin eenige arbeid als een correspondent te vinden.

§ 3, ad. 1°. De ondergeteekende is het eens met de leden die verandering van de wijze van verkiezing der commissarissen van de Nederland^che Bank wenschelijk achtten. Deeisch, dat alleen verkiesbaar is, wie sedert 6 maanden op het register der Bank bekend staat als eigenaar van vijf aandeelen, beperkt de vrijheid van keuze zonder voldoenden grond. Dit punt is dan ook bij de gehouden besprekingen niet voorbijgegaan. De toezegging is verkregen, dat een voorstel is te wachten tot wijziging van art. 27 der statuten in dien zin, dat dit zal gelezen worden: „Ieder aandeelhouder, mits in het volle genot zijner burgerlijke rechten, is tot commissaris verkiesbaar." Het woord „stemgerechtigd" komt daaruit dus te vervallen. Dientengevolge zal reeds het bezit van één aandeel voldoende zijn om voor eene benoeming tot commissaris in aanmerking te komen, terwijl omtrent den tijd gedurende welken het aandeel in het bezit van den gekozene moet geweest zijn, geenerlei beperking meer overblijft. In de practijk zal de nieuwe regeling ongeveer neerkomen op hetgeen, blijkens het Voorloopig Verslag, door een deel der leden werd gewenscht.

Bij de gevoerde onderhandelingen is voorts gebleken, dat van de zijde der Bank overwegend bezwaar zou bestaan tegen wijzigingen van verdere strekking ten aanzien van dit onderwerp in wet of statuten. In de bestuursinrichting van deze instelling treedt haar gemengd karakter aan het licht. Door de benoeming van den president, den secretaris en den Koninklijken commissaris heeft de Regeering invloed op de samenstelling van het bestuur; door die van de overige directeuren en commissarissen de vergadering van aandeelhouders. De Bank hechtte er bijzonder gewicht aan, dat haar karakter van particuliere naamlooze vennootschap in dit opzicht geenerlei verdere beperking zou ondergaan.

De ondergeteekende heeft gemeend, met deze opvatting rekening te moeten houden en niet op meer ingrijpende wijziging ten aanzien van de wijze van verkiezing der commissarissen te moeten aandringen; en zulks te eerder omdat zijns inziens het zwaartepunt van het bestuur der instelling toch liggen

Sluiten