Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 betaalmeesterskantoren bestaan. Het publiek zou dus eveneens achteruitgaan; tenzij men de Bank wilde verplichten, ook aan hare correspondentschappen de lasten van het betaalmeesterschap op te leggen, wat haar het verkrijgen van goede correspondenten zeker niet gemakkelijk zou maken.

Eindelijk is zeer twyfelachtig, of de bedoelde maatregel tot besparing van eenige beteekenis zou leiden. Nam de Bank den betaalmeesterdienst van den Staat over, dan zou zij zich niet geringe offers voor personeel en iocaliteiten moeten getroosten, en, wegens de regeling ten aanzien van de winstverdeeling, zouden die kosten voor 2/s gedeelten in mindering strekken van het den Staat toekomend winstaandeel. Be Staat zelf zou aan een talrijk personeel van betaalmeesters en Rijksboekhouders wachtgeld moeten toekennen, en ook buitendien in allerlei uitgaven vervallen om de hardheden uit de verandering van stelsel voor bepaalde personen voortspruitend te temperen. Aanvankelijk zou men dus financieel meer achteruit dan vooruit gaan, en later zou de besparing betrekkelijk luttel zyn.

Ad 3°. Hoewel de ondergeteekende voorstander is van het beginsel van bankeenheid, waarmede trouwens ten onzent niemand meer wenscht te breken, ziet hij de noodzakelijkheid niet in, ter wille daarvan wijziging in de Bankwet te brengen. Door het Staatsbelang wordt dit niet gevorderd en de Bank heeft er niet op aangedrongen.

Evenmin kan worden toegegeven, dat het noodig zou zijn, de taak der Bank met eene algemeene omschrijving, gelijk in § 12 der Duitsche Bankwet van 14 Maart 1875 voorkomt, nader aan te geven. Gedurende de bijna 90 jaren van het bestaan der Bank is haar taak aan haar zelve en aan het Nederlandsche volk voldoende duidelijk geworden.

Ad. 4°.Verschillende opmerkingen, sub 4". voorkomende, vonden reeds hierboven bij § 2 beantwoording. Omtrent de niet behandelde punten zij het volgende medegedeeld.

Het is juist, dat het minimum bedrag voor beleening van effecten bij de Nederlandsche Bank ƒ 2000 bedraagt, doch in de van wege de Bank uitgegeven beschrijving van haren werkkring leest men op blz. 16: Dit minimum kan echter, wanneer daarvoor aanleiding bestaat, worden verminderd." Inderdaad komen in de boeken der Bank ettelijke beleeningsposten van minder dan ƒ2000 voor en zelfs enkele posten beneden ƒ1000. De ondergeteekende is intusschen niet bereid op verlaging van het algemeen minimum aan te dringen. Het is aan geen redelijken twijfel onderhevig, dat wat het beleenen aangaat, de Nederlandsche Bank in veel ruimere mate aan de behoeften van

Sluiten