Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat in den laatsten tijd herhaaldelijk correspondenten der Bank hunne betalingen hebben gestaakt. Naar aanleiding daarvan werd gevraagd, of het geen overweging zou verdienen niet meer, of althans in mindere mate dan tot nu toe, commissionnairs in effecten en bankiers als zoodanig aan te stellen, voor wie eene dergelijke aanstelling in zekeren zin als reclame werkt. Men meende, dat daarvoor andere personen, geheel buiten de kassierderij staande in aanmerking zouden kunnen komen. Enkele leden waren van oordeel, dat het aanbeveling zou verdienen, wanneer de Bank zoowel te Amsterdam en Rotterdam als by de agentschappen jongelieden in dienst nam om hen, na ze daarvoor te hebben opgeleid, als agenten in de provincie te plaatsen. Hierdoor zou men voor die betrekkingen personen krijgen, die geen eigen zaken hebben en zou men zoodoende minder gevaar loopen voor ongewenschte toestanden. Thans is de keuze niet ruim genoeg.

Deze meening vond anderzijds ernstige tegenspraak. Van die zijde gaf men volstrekt niet toe, dat daardoor zou worden verkregen, wat daarmede werd beoogd, eer het tegendeel. Daargelaten, dat de Bank veel hoogere salarissen zou moeten uitkeeren, zou zij de voordeelen missen welke zij geniet ten gevolge van de relatiën van personen, welke ter plaatse en in den omtrek bekend zijn. Overigens waren deze leden beslist van oordeel, dat door de Volksvertegenwoordiging aan de directie der Bank geen leiding haar beheer betreffende kan worden gegeven.

Behalve op uitbreiding der agent- en correspondentschappen, werd van verschillende zijden er op aangedrongen, dat de Bank meer dan tot nu toe de ontwikkeling van het giroverkeer zal bevorderen. Men wees hierbij op de Duitsche Rijksbank, de Oostenrijk-Hongaarsche bank en ook de Oostenrijk-Hongaarsche postspaarkas, door welker tusschenkomst groote betalingen bij wijze van girorekening plaats vinden, waardoor het geldverkeer zeer wordt vergemakkelijkt. Thans werkt de Bank door het heffen van een prohibitief recht in de gevallen, waarin zij aan de transactie waarvan de overschrijving het gevolg is, niets heeft verdiend, eerder belemmerend. Gesteld al, dat het mogelijk zou zijn dat op uitbreiding en vergemakkelijking van het giroverkeer geen prijs zou worden gesteld, zoo zou men door de gelegenheid tot het openen van girorekeningen te verruimen, de ervaring daarover uitspraak willen laten doen.

Wat de goudpolitiek der Bank betreft, konden sommige leden zich niet vereenigen met de wijze waarop de Minister eene verklaring van het bestuur der Bank had uitgelokt, waarbij de

Sluiten