Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangenaam teleurgesteld door het bericht van hunne déconfiture als het publiek, dat hun vertrouwen had geschonken.

Het is den ondergeteekende gebleken, dat de in het Voorloopig Verslag voorkomende wenk om in het vervolg niet meer of althans in mindere mate dan tot nu toe, commissionnairs in effecten en bankiers als correspondenten aan te stellen, geheel strookt met wat ook door de directie zelve steeds als wenschelijk is beschouwd en laatstelijk ook bereids is kunnen worden in toepassing gebracht. De groote moeielijkheid is intusschen, dat het aantal dergenen, die èn geschikt èn bereid zijn als zoodanig op te treden, veelal uiterst beperkt is hetgeen zeer in het bijzonder het geval is met de correspondentschappen 1ste klasse, waar een verwisselingskas moet worden gehouden.

Het denkbeeld om vele correspondentschappen te vervangen door agentschappen en deze te bezetten met speciaal daartoe opgeleide jongelieden die overigens geene eigene zaken zouden mogen hebben, is voor verwezenlijking niet vatbaar. De werkzaamheden, aan een correspondentschap verbonden, zijn daartoe niet omvangrijk genoeg. Daarenboven is, gelyk terecht wordt opgemerkt, bij de keuze van een correspondent locale bekendheid een eerste vereischte.

Zeer uitvoerig werd in de Memorie van Antwoord op het Voorloopig Verslag der Tweede Kamer besproken de klacht, dat de Bank achterlijk zou gebleven zyn in de ontwikkeling van het giroverkeer. Hier ter plaatse kan daarnaar worden verwezen. Eene herziening van de geldende voorwaarden voor het rekeningcourantverkeer ligt in de bedoeling van de Directie, en geheel afgezien van de vraag, in hoeverre de bedoelde klacht al of niet gegrond is te achten, zal in ieder geval zjjn af te wachten, wat die herziening zal uitwerken.

De leden, die zich niet konden vereenigen met het uitlokken van de verklaring der Bank ten aanzien van hare te volgen goudpolitiek, mogen niet ondersteld worden de beteekenis van die politiek voor ons muntwezen en voor onze oeconomische relatiën met het buitenland te onderschatten. Maar dan is de aard hunner bedenking ook niet duidelijk. Immers die verklaring heeft voor de toekomst, als de samenstelling der directie wellicht ingrijpende verandering zal hebben ondergaan, zeer hooge beteekenis. Haar te hebben verkregen acht de ondergeteekende niet een der minst gewichtige resultaten van de gevoerde onderhandelingen.

De vraag of de handhaving van de traditioneele goudpolitiek in de wet zelve moest worden gewaarborgd dan wel of met eene verklaring, als thans verkregen, genoegen kon worden genomen,

Sluiten