Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

Operatiën der Bank.

Art. 7.

De operatiën der Bank bestaan:

i°. in het disconteeren:

a. van wisselbrieven, assignatiën en orderbriefjes, met twee of meer solidair verbondenen en met een looptijd niet langer dan de gebruiken des handels medebrengen en in geen geval van langer dan zes maanden;

b. van hier te lande binnen drie maanden aflosbare of verschijnende schuldbrieven of rentebewijzen, zoowel van nationale als van vreemde schuld, en van soortgelijke stukken van bijzondere lichamen of vennootschappen, altijd onder solidaire medeverbintenis van den discontant.

2°. in het beleenen :

a. van effecten, hetzij staatsschulden, hetzij aandeelen en obligatiën van bijzondere lichamen of maatschappijen;

b. van goederen, waren en koopmanschappen, munt en muntmateriaal.

3°. in den handel in goud en zilver en het verwerken en vermunten daarvan. Mocht de Staat gebruik maken van de bevoegdheid, die hij zich bij de laatste alinea van Art. 4 der wet van 7 Augustus 1888 Staatsblad Nt. 122) heeft voorbehouden, zoo geschiedt de aankoop van al het aan de Bank te koop aangeboden muntmetaal, waarvan de vermunting aan ieder zal zijn vrijgelaten, tegen muntprijs.

4°. in het ontvangen van gelden-in rekening-courant.

5°. in het koopen en verkoopen van wisselbrieven en ander handelspapier, buitenslands betaalbaar, met twee of meer solidair verbondenen en met geen langeren looptijd dan de gebruiken des handels medebrengen.

De som der in buitenslands betaalbaar papier belegde gelden mag nooit langer achtereen dan gedurende een tijdperk van veertien dagen het bedrag van het beschikbaar metaalsaldo der Bank te boven gaan.

Daarenboven zal de Bank de bevoegdheid hebben, om, op de voorwaarden door haar in het openbaar aan te kondigen, gelden en andere waarden in eigenlijk gezegde bewaring te nemen.

Sluiten