Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80. Wet 3. 1880. — J. D. Weilbach va. Diedriksen

en Bruwer. O. R. 1890. 113.

Ook na de wet 3 van 1886 is kooper verplicht een niet ingeschreven servituut te dulden, waarvan hij kennis droeg voor den koop.

87. Belemmering. — J. M. Man te vs. J. P. Jenkins. O. R. 1897. 540.

Actie wegens verwijdering van een afsluiting ontzegd, op grond dat gedaagde rechthebbende is tot een servituut.

Aanteekeningen.

1 Uitspanning. — Wet 13. 1870 Codex Jeppe 409, regelende het recht van uitspanning.

2. Inschrijving. — Wet 3. 188H. Locale wetten 1886/87 bl. 23, aangevuld door Volksraadsbesluit van 27 Mei 1890, Art. 184. Locale Wetten 1890/93, bl. 56.

b. Pand en Hypotheek. — Verband.

88. Onbevoegde verpanding. — Perrin vs. Turton. 1. K. 25. 1878.

Onbevoegde verpanding door bewaarnemer bindt den eigenaar niet.

89. Pandakte. — Reed vs. Lee. I. K. 130. 1879.

Beslag in executie gaat boven pandrecht krachtens pandakte zonder inbezitstelling.

90. Pandakte. — Francis vs. Sa vage and Hill. 11. K.

33. 1882. (Holl. uitg. 39)

Verpanding van roerend goed bij notarieele en geie"istreerde pandakte doch zonder pandbezit, is verbindend tegenover schuldenaar en geeft preferentie boven concurrente schuldeischers.

91. Pandakte. — Meijer vs. Botha and Ilergenrüder. II. K. 47. 1882. (Holl. uitg. 55).

Rechten krachtens pandakte zonder pandbezit tegenover

Sluiten