Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In geval van twijfel, moet bij voorkeur een niet beleedigende beteekenis aan de door gedaagde gebruikte woorden gehecht worden.

200. Publicatie. — E. Marais va. T. Srnuts. O. R. 1896. 225.

Voldoende publicatie is aanwezig, indien de beleedigende inhoud van een brief, aan eischer geadresseerd, door diens klerk gelezen is.

Aanteekeningen.

Drukpers. — Wet op de Drukpers, wet 11 1893. L. W. 90/93, bl. 800.

d. Onrechtmatige gerechtelijke vervolging.

207. Opgeheven interdict. — Beek vs. Hollard & Co. II. K. 89. 1883 (Holl. uitg. 106).

Op grond van een eerst verkregen en later opgeheven interdict is gedaagde alleen dan verplicht tot schadevergoeding, indien hij tnala fide heeft gehandeld.

208. Opgeheven interdict. — Cohen Goldschraidt & Co. vs. Stanley and Tate. II. K. 133. 1884 (Holl. uitg. 154).

Hij die bona fide een interdict verkrijgt, is niet tot schadevergoeding verplicht.

209. Ambtshandeling. — Booysen vs. Geyser. 11. K. 200. 1884 (Holl. uitg. 231).

Een rechtsvordering tegen een vrederechter wegens ongegronde inhechtenisneming is alleen ontvankelijk, als boos opzet gesteld en bewezen is.

210. Yalselie aanklacht. — Benjamin vs. Keet. 111. K. 183. 1887.

Schadevergoeding toegekend op grond van een ongegronde kwaadwillige aanklacht van meineed.

Sluiten