Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

391. Buitenlamlsche wet. — African Banking Corporation vs. Owen. O. R. 1897. 344.

Een buitenlandsche wetsbepaling, volgens welke een vordering verjaard maar niet opgeheven is, belet niet die vordering in te stellen, ook al is zij overigens aan buitenlandse!) recht onderworpen.

c. Estoppkl.

292. Toestemming. — Van Aardt vs. The Glasgow South African Co. III. K. 91. 188(5.

Hij die toegestemd heeft in het voeren der procedure voor scheidsrechters op onregelmatige wijze, verliest daardoor het recht later op grond dier onregelmatigheden vernietiging van de uitspraak te vorderen.

293. Erkenning. — Groenewald vs. Meeser. O. R. 1894. II. 57.

Hij die als lasthebber een cheque geendosseerd heeft, die later niet gehonoreerd werd en daarna door het doen van gedeeltelijke betalingen zijn persoonlijke aansprakelijkheid heeft erkend, kan, tot betaling van het saldo gedagvaard, zich niet op zijn hoedanigheid als lasthebber beroepen.

294. Stilzwijgen. — T. W. Beckett vs. B. Gun delfinge r. O. R. 1897. 103.

De huurder van onroerend goed, die bij den openbaren verkoop van dat goed tegenwoordig, zonder protest de verklaring hoort doen, dat het goed niet verhuurd is, verliest zijn recht om zich tegenover den kooper op zijn huur te beroepen.

295. Omvang van volmacht. — Atrikanische Bergwerk und Handelsgesellschaft vs. Oppenheitner.

O. R. 1897. 432.

Wie het in de macht van zijne vertegenwoordigers

Sluiten