Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden voor den rechter van haar in Transvaal gekozen woonplaats.

456. Arrest. — Epstein vs. Woolf. O. R. 1895. 109.

Nietigverklaring van een gijzeling tot vestiging van rechtsmacht.

457. Landdrost. — J. C. de Vos A. G. Guerin. O. R. 1895. 119 en 396.

Volgens art. 26 van Wet 6 1885 is de Landdrost bevoegd kennis te nemen van vorderingen tot een bedrag van £ 100, ook al is dat bedrag het saldo van een grooter bedrag.

458. Beëediging.— Snuif vs. Den Staat. O. R. 1895. 408.

Alleen de Staatspresident is bevoegd een nieuw benoemden rechter te beëedigen; vonnissen van een niet wettig beëedigden rechter zijn nietig.

459. Landdrost.— Fraser vs. Ga 11euski. O. R. 1896. 256.

Door inbrenging van een tegenvordering, die zijn bevoegdheid te boven gaat, wordt Landdrost onbevoegd; de kosten komen dan niet per se ten laste van den eischer.

4(JO. Landdrost. — Landdrost van PietRetief vs. Bouman. Z. A. R. Rapp. 1893. 211.

Veroordeeling van Landdrost in de kosten wegens overschrijding van rechtsmacht

461. Wet 7. 1891. — Johannesburg Gas Co. vs. Da vis. O. R. 1894. IV. 81.

Wet 7 van 1891 op het invorderen van kleine schulden is voor den eischer niet verplichtend en deze is gerechtigd op de tr°wone wijze zijn vordering in te stellen.

b. Rechtsbijstand. — Toezicht.

462. Schorsing. — Van Wijck and others vs. Krige. 1. K. 39. 1878.

Sluiten