Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

507. Buiteuinudscli vonnis. — Taylor vs. IloHard. III. K. 62. 18S5.

Bij rechtsvordering op grond van een buitenlandsch vonnis gelden de gewone regelen van procesvoering.

508. Zekerheidstelling. — Henning vs. Browning. 111. K. 174. 1887.

Om zekerheidstelling voor proceskosten te kunnen vorderen moet gedaagde bewijzen, dat de eischer geen ingezetene is.

509. Antwoord. — Hodgson and Stein vs. Bird. 111. K. '268. 1888.

Tegen een vordering tot ontruiming kan gedaagde zich beroepen op het eigendomsrecht van een derde.

510. Nieuwe eisch. — G. II. Jooste vs. Potchefstrooin Executeurskamer. Z. A. R. Rapp. 1893. 128.

Bij het antwoord in reconventie kan geen nieuwe eisch gedaan worden.

511. Exceptie. — S. E. Escoinbe vs. ü. H. Benjamin. Z. A. R. Ripp. 1893. 191.

Een verwering tegen gedaagde's aanbod verworpen als exceptie, maar toegelaten als speciaal pleit.

512. Exceptie. — L. Vorstman vs. Nederl. Z. Afrik. S p o o r w e g m a a t s c li a p p ij. Z. A. R. Rapp. 1893. 196.

Ontkenning van zekere bevoegdheid is geen grond voor een exceptieve verwering.

513. Reconventie. — Susan vs. Bal. Z. A. R. Rapp. 1893. 239.

Tegen een vordering ingesteld volgens wet 7 van 1891 is een reconventioneele vordering boven het in die wet genoemde bedrag toelaatbaar.

514. Jury. — Marx vs. Hess. O. R. 1894. I. 96.

In burgerlijke zaken heeft elk der partijen het recht behandeling der zaak voor een jury te verlangen.

515. Commissie de bene esse. — R. Bloemberger vs. E. J. van Gorkum. O. R. 1894. II. 15.

li

Sluiten