Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bontheid der taalkaart van onze West heeft drieërlei oorzaak: de betrekkelike gemakkelikheid waarmee Nederlanders in den vreemde hun moedertaal prijsgeven, de overmacht van talen door volken gesproken die ons in handelsgrootheid en getalsterkte overtreffen, de omstandigheid dat in verschillende streken reeds vóór ons zich blanken hadden gevestigd en er hun taal hadden overgebracht. Het schijnt mij toe dat de tweede faktor de gewichtigste is; toch kan men licht de beide andere onderschatten. Immers toen Engeland's handel de onze in veel geringer mate overtrof dan tans het geval is, was de toestand reeds soortgelijk; ten allen tijde hielden de Engelsen veel strenger aan hun eigen taal vast dan wij, voor een deel uit minachting van 't geen zij niet begrijpen, voor een ander deel uit een gevoel van eigenwaarde dat navolging verdient. Op de Deense Antillen spraken alle andere blanken het Kreools van 't eiland, en leerden hun kinderen die taal van de negerinnen en de negerkinderen met wie ze omgingen, „die Englander hingegen, zegt Oldendorp in 1777, lemen mehrentheils keiu Greolisch, und ihre Sclaven müssen sich darinn nach ihnen richten. Daher reden in grossen Gegenden von St. Croix die Neger nichts als Englisch" ').

Hoeveel het voordeel der eerste inbezitneming waard is, blijkt het best uit de rol die het Portugees in onze Oost heeft gespeeld, een rol die niet in verhouding schijnt te staan tot de korte duur van de Portugese handelsbloei tussen de keerkringen. Nog in de eerste helft der achttiende eeuw dreigde het Portugees in

huishoudelijke inrichtingen is zoo volmaakt Engelsoli dat aan het Hollandsche eiland St. Eustatius niets anders dan de vlag ontbreekt om geheel Engelsch te zijn" (De Jong, Reize naar de Caraïb. Eil., Amsterdam, 1809, blz. 107). Sedert hoe lange tijd het Engels in onze oudste Westindiese kolonie reeds burgerrecht verkregen heeft, blijkt uit de mededeling van Hamelberg (Verslag Gesch. Gen. III, blz. 133) dat „reeds vóór 1658 de godsdienstoefeningen door de predikanten der Gereformeerde Kerk om beurten in het Hollandseh en in het Engelsch gehouden werden".

') Oldendorp, blz. 263.

Sluiten