Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Het is voor de onderzoekers der geschiedenis van een taal een verdrietig verschijnsel dat historici, ook wanneer zij gebeurtenissen en toestanden van hun eigen tijd beschrijven, zo veel minder plegen mee te delen omtrent de spreekwijze der mensen als omtrent hun manier van oorlogvoeren en handeldrijven. Ook de meeste reizigers laten onze nieuwsgierigheid onbevredigd; zij achten het belangrijker ons te melden waar en wat zij gegeten hebben en door welke insekten hun nachtrust is gestoord, dan op te tekenen wat zij konden waarnemen betreffende de wijze waarop de verschillende standen der maatschappij hun gedachten uiten. De geschiedschrijvers en bezoekers der Deense Antillen maken op die regel geen uitzondering, en dit diene ter verontschuldiging voor het onvolledige van de volgende schets der linguistiese geschiedenis, als ik mij dit aanmatigende woord mag veroorloven, van St. Thomas, St. Jan en St. Croix.

De enige, mij bekende, beschrijver der Deense Antillen die een afzonderlik hoofdstuk wijdt aan de taal door de gekleurde bevolking van St. Thomas gesproken, is Oldendorp in zijn Geschichte der Mission der evangélischen Brilder auf den caraibischen Insein S. Thomas, S. Croix vnd S. Jcin (Barby, 1777, blz. 424—43H). De overige schrijvers bemoeien zich met de taalkwestie in 't geheel niet en geven slechts ter loops, en als 't ware onwillekeurig, enkele inlichtingen. Van de door mij geraadpleegde bronnen verdienen, naast Oldendorp, biezondere vermelding:

G. Höst, Efterretninger of Öen Sand Thomas og dem

Sluiten