Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oouvemeurer, optegnede der paa Landet fra 1769 indtil 1776 (Kopenhagen, 1791). De schrijver was zelf goeverneur van St. Thomas (1773—1776) en ontleende zijn gegevens aan 't Archief dat zich op 't eiland bevond. Zijn werk heeft grote waarde voor de geschiedenis der eerste eeuw van de Deense heerschappij;

J. P. Knox, A historical account of St. Thomas (NewYork, 1852). Knox heeft voor het eerste gedeelte van zijn geschiedenis zich aan Host gehouden; de latere tijd beschrijft hij zelfstandig en als ooggetuige.

Voor de geschiedenis der Herrnhutters op de Deense Antillen is van belang Von Dewitz, In Danish-Westindien. Anfdnge der Brüder-Mission in St Thomas (Herrnhut, 1899). De verschillende reisbeschrijvingen uit vroeger en later tijd waarin ik iets merkwaardigs over de Deense eilanden heb gevonden, en een paar beschrijvingen van St. Thomas uit de laatste jaren van de 19de eeuw, zal ik te gelegener plaatse vermelden.

St. Thomas en St. Jan behoren met tal van kleine, voor een deel onbewoonde, eilandjes tot de groep der Maagden- of Juffereilanden, gelegen ten Oosten van Porto-Rico. Dikwels wordt ook 't eiland St. Croix (St. Cruys of Santa Cruz) tot deze groep gerekend, ofschoon het geografies er eigenlik van is te onderscheiden *). In 1493 werden deze eilanden door Columbus ontdekt, St. Croix het eerst. Hier trof men een Indiaanse bevolking aan; de overige eilanden heetten onbewoond. Vermoedelik was die laatste mening onjuist; immers op St. Thomas heeft men op rotsen tekeningen gevonden die 't werk van Indianen schijnen te zijn -r wellicht hadden deze bij 't naderen van de Spanjaarden zich tijdelik verborgen. Sterk in aantal kunnen deze Caraïben noch op St. Croix, noch op St. Thomas of St. Jan geweest zijn, en zowel hun onderlinge veten als de oorlogen met de Spanjaarden maakten dat reeds vóór 't begin der 17de eeuw, vóór er sprake kon zijn van Europese kolonisatie, de oorspronkelike bewoners van de drie eilanden zogoed als geheel waren verdwenen2). In de tijd

') E. Reelus, Nouvelle Géographie illustrée, XVII (Indes Occidentales), Parijs, 1891, blz. 89!).

J) Knox, blz. 14—18; Oldendorp, blz. 18.

Sluiten