Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vond hij daar reeds een aanzienlik aantal kolonisten, die niet de instelling van een geregeld bestuur hadden afgewacht, maar van de naburige eilanden waren overgestoken. Het waren grotendeels Hollanders, vermoedelik mensen die indertijd van 't eiland waren verdreven en zich nu haastten terug te keren tot de streken die zij reeds hadden ontgonnen. De bevolking droeg reeds dadelik een vrij kosmopolities karakter. Dit blijkt uit de eerste verordening van het Bestuur, die, behalve door de goeverneur, getekend is door Erasmus Bladt, Charles Baggaert, Thomas Svain, Adriaan de Vos, Anthony Salomons, Hans Paulsen, A. Begaret, Christiaan Wadts en Joost van Campenhout. Hollandse namen zijn onmiskenbaar in dit lijstje '). De eerste klausule van deze verordening gelast dat „iedereen die Deens kan verstaan verplicht is elke Zondagmorgen, wanneer de trom geroerd wordt, ter kerk te gaan in 't Fort, op verbeurte van 25 pond tabak", en de tweede dat „mensen van alle andere naties gehouden zijn elke Zondagmiddag op dezelfde plaats de godsdienstoefening bij te wonen op verbeurte van dezelfde boete". In die middagkerk is, naar Knox reeds vermoedt, zo goed als zeker in 't Hollands gepreekt, in de taal die toen 't meest onder de vreemdelingen was verbreid. De Franse protestanten die zich op 't eiland vestigden, en één gemeente vormden met de Hollandse, zullen haar zeker hebben verstaan; na de herroeping van 't Edikt van Nantes (1085) werd hun aantal door uitgewekenen van de Franse Antillen vrij aanzienlik vermeerderd.

De verordening waaruit ik het bovenstaande heb meegedeeld

') Ik ontleen liet aan Höst (blz. 8) van wie Knox (blz. 51) 't beeft overgenomen; nauwkeurige bepaling van de landtaal op grond van zulke gegevens is in menig geval ondoenlik. Hetzelfde geldt van een 52-tal namen van kolonisten uit de eerste tijd der vestiging, door Knox als appendix A aan zijn boek toegevoegd. Dit stuk vindt men niet bij Höst; Knox spreekt van de „mutilated condition" der „original eopies of the deeds" waaraan hij de namen heeft ontleend. Uit dit lijstje citeer ik: Adriaan de Vos, Gilles Pad, Jesper Jansen, Simon van Ockeron, Lambert Bastaansen [Bastiaanse], Joost van Campehout, Nell Devael, Peter Fietersen, Andries Zijgerts, Cornelius Jansen, Jan Dunker, Anthony de Woo, Pieter de Buyk, Cornelis Jacobsen. Maar ik durf niet verzekeren dat Jacobsen niet een Deen (Jacobson) was en dat, omgekeerd, niet sommige andere namen met Deens uiterlik aan Hollanders hebben toebehoord.

Sluiten