Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Neêr- en Hoogduitsche Taaien sprak" (blz. 32). Een huweliksinzegening door de Lutherse predikant uitgesproken, kon Labat niet verstaan, „omdat de preek in 't Vlaams of Hoogduits gedaan werd" (blz. 31). 't Blijkt dus dat het Hollands, of laten we zeggen het Nederduits in verschillende schakeringen, de hoofdtaal was; het is zonderling dat de schrijver niet gewaagt van godsdienstoefeningen in het Deens.

In het jaar 1716 breidden de Denen hun koloniaal bezit uit door het vestigen van een volkplanting op het eiland St. Jan. Dat ook hier zich vele Hollandse gezinnen vestigden, blijkt uit brieven in 1733 door kolonisten gezonden naar aanleiding van een gevaarlike slavenopstand; men vindt daarin de namen Beverhout, de Wint, Zytsema, Kint en andere, van minder onbetwijfelbare herkomst *).

St. Groix, dat sedert 1695 onbebouwd en onbewoond lag (zie boven, blz. 10), ging in 1733 door aankoop van Frans liezit over in Deense eigendom. De grotere vruchtbaarheid van dit eiland deed, toen de zware wouden wat gelicht waren, verscheidene planters van St. Thomas daarheen verhuizen; bij hen voegden zich vele uit naburige eilanden, vooral ook Engelsen 2). Wel bood het eerstgekoloniseerde eiland door zijn grote rede meer voordelen aan, maar de handel kon zich in de Deense kolonie niet ontwikkelen tot wat de ligging van de plaats scheen te beloven. Eerst werd hij gedrukt door de

door de gebroeders Lampsins gekoloniseerde eiland Tobago had men „les églises de 1'une et de 1'autre langue, c'est & dire tant la Flamande que la Wallonne" (Rochefort, Le Tableau de l'isle de Tobago ou de la nouvelle. Oualcre etc., Leyde, 1005, blz. 77).

') Knox, blz. 72—74.

!) Zie Beschreibung der Europaischen Koloniën in Amerika, nach der (i " verbesserten Ausgabe aus dem Englischen übersetzt von J. Leipzig, 1778, II, blz. 54: „unterschiedene Leute auf den englilndischen Insein, und darunter etliche die ein ansehnliches Vermcigen besitzen, haben sich daselbst nieder gelassen, und dazu sehr grosse Begünstigungen erhalten". De schrijver van dit boek stelde het kort na 1733 op; hij zegt dat ile lucht er ongezond is, maar dat hierin verbetering zal komen zodra er meer bossen gekapt zijn. Volgens Meinecke, Versuch einer Geschichte der Europaischen Coloniën in West-lndièn, Weimar, 18.31, blz. 335, vonden de Denen in 1733 reeds Engelsen op St.-Croix, die hier „ohne Verfassung, selbst ohne Austlbung der Religion, vom Ertrag des Bodens lebten"; aan wie Meinecke dit bericht ontleend heelt, is mij onbekend; ik vond het bij geen der schrijvers uit de achttiende eeuw.

Sluiten