Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deense Antillen. Het is wel een bewijs van de onverschilligheid der meeste schrijvers voor taalkundige kwesties dat die vraag uit gedrukte bescheiden zo moeilik kan worden beantwoord. Vóór mij ligt de uitvoerige beschrijving van de eilanden door G. E. Taylor, uitgekomen in 1888, die ik reeds tweemaal heb aangehaald. De schrijver, een praktiserend geneesheer, had, toen hij zijn boek schreef, twee en twintig jaar op 't eiland St. Thomas doorgebracht ; hij vermeldt biezonderheden omtrent alle onderdelen van de geschiedenis, beschrijft nauwkeurig de levenswijze der verschillende klassen van de bevolking, weidt uit over de flora en de fauna, de handel en de nijverheid, het klimaat en de oorspronkelike bewoners, — maar over de taal vindt men in dit deel van 228 blz. niets dan dit ene, onnauwkeurige, zinnetje; „Dutch was [op St. Jan] once the prevailing language, many of the planters being of Dutch descent. The population, which now numbers about 900, speaks English" J).

Niet veel meer vindt men in een overigens bij grote beknoptheid zeer volledig werkje, het aardigste dat, voor zover mij bekend is, over de Deense Antillen is geschreven. Ik bedoel de goed door fotografieën geïllustreerde schets Vore Vestindiske Öer van F. Börgesen en F. P. Uldall (Kopenhagen, 1900). Hier lees ik op blz. 47 (overgenomen uit 't Geoyrafisk Tidsskrift XIII) het volgende; Engels is de gewone taal op St. Thomas, gelijk in 't algemeen op de Deense Westindiese eilanden. Intussen is 't Engels van de negerbevolking een verschrikkelik koeterwaals en vermengd met woorden en brokstukken van alle mogelike andere talen; 't heeft een eigen spraakkunst en is biezonder lelik. Dit jargon heeft echter ook in de taal deiEuropeanen duidelike sporen achtergelaten, en 't mooiste Engels krijgt men daardoor op onze eilanden gewoonlik niet te horen". Uit deze weinige woorden kan men opmaken dat het Negerhollands is overgegaan in Negerengels, zoals dat, gelijk we zagen, reeds veel vroeger op St. Croix het geval is geweest.

Zekerheid omtrent dit alles kreeg ik door een vriendelik schrijven van de reeds door mij genoemde heer Greider, die mij in een brief, gedateerd 31 Januari 1904, het volgende schreef: „The language in its purity is now spoken by a very

') Taylor, blz. 99.

3

Sluiten