Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de opdracht aan de Koning van Denemarken (Christiaan VII) vindt men vermeld dat deze vorst het geld voor het drukken geschonken heeft. In het eerste deel van de Catalogus Bibliothecae Tottianae leest men op blz. 228, onder n°. 4626: „Eiusdem libri (d. i. van 't Nieuwe Testament in 't Kreools) plagula prima (impr. Hafniae 1779), sed ob versionem nimis Belgicam rejecta, adeoque plus non prodiit." Dit afgekeurde eerste vel, in twee eksemplaren op de Kopenhaagse Bibliotheek aanwezig, mocht ik te Leiden raadplegen. Het bleek mij echter dat de tekst volkomen identiek is met die van de volledige uitgaaf van het Nieuwe Testament, zelfs een drukfout hebben beide stukken gemeen. De opmerking van de catalogus, clie over is genomen door Graesse (Trésor de livres rares et précieux, Dresden, 1867, VI, 2, blz. 90) berust op een aantekening geschreven op een ingeplakt stuk papier, waarin wordt gezegd dat dit „het eerste vel is van 't Kreoolse Nieuwe Testament, gedrukt in 1779, waarvan niets verder is uitgekomen, daar de vertaling al te Hollands was." (Det forste Arck af et Creolsk Nye Testament trykt 1779, hvoraf intet videre udkom, siden Ofversetsel var formeget Hollandsk.)

Indien werkelik dit eerste vel reeds in 1779 werd gedrukt en toen is afgekeurd, dan moet men aannemen dat, na ingesteld onderzoek, het gebleken is dat het karakter van de taal wèl goed was weergegeven, en men ten slotte besloten heeft het gehele werk te laten drukken. Met de woorden „versio nimis Belgica" zal wel bedoeld zijn dat te veel koncessies waren gedaan aan 't Hollands, in die zin dat het Kreoolse karakter niet genoeg uitkwam; vermoedelik heeft men later ingezien dat het zo goed als onmogelik was de verheven gedachten van het oorspronkelike weer te geven, indien men zich angstvallig bepaalde tot de zinbouw en het vokabularium der negers, die geen woorden kenden voor de begrippen in de Evangelieën, en vooral in de brieven van Paulus, uitgedrukt.

De vertaling is het werk van Magens. De mening van Graesse dat het afgekeurde vel vertaald was door „L. Harbou et autres" berust op een vergissing: Harboe, Jessen, Hvid en Bartholin waren de leden van het „General-Kirke-Inspections Collegium" die het Voorberigt ondertekenden en 't werk hadden goedgekeurd. Magens, die, ofschoon op St. Thomas

Sluiten