Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook in woorden en wijze van zich uittedrukken. Elders wordt gezegd dat er verschillende „dialekten" in 't negerhollands voorkomen, t Woord „dialekt" is natuurlik hier op te vatten in een betekenis die zeer van de gewone afwijkt. Misschien hebben de Denen vooral gewerkt onder de negers die in en nabij de hoofdplaats woonden, terwijl, gelijk we weten, de Duitsers op 't platteland bleven, maar dit zou geen dialekties verschil van betekenis kunnen verklaren, daar immers de negerbevolking aangevuld werd door slaven van zeer verschillende stammen en naties. De reden van 't verschil tussen Denen en Duitsers zal wel aan drieërlei zijn te wijten (behalve aan de belangrijke faktor dat Magens een Kreool was!): 1°. de Denen brachten wat meer Deense, en de Duitsers wat meer Duitse eigenaardigheden in de tekst, en ook wel in de .spreektaal der negers met wie ze verkeerden; 2°. als norm heeft vermoedelik zowel Magens als de schrijver der Duitse spraakkunst de spreekwijze van een paar personen of van een bepaald gezin genomen, 't geen bij de bontheid der negerbevolking, waarvan de nieuwaangekomenen zich nog in allerlei graden van hun Afrikaanse moedertaal bedienden, ook wel de enige manier geweest zal zijn om een dergelijk werk te verrichten. De schrijver der Duitse spraakkunst zegt nog dat, ook al kan iemand t Negerhollands goed spreken, hij toch soms de negers niet zal kunnen verstaan, daar zij „oft die mit der Kehle auszudrückenden Buchstaben auslassen. Manche sprechen das Kreolisch nach ihrer guinaischen Mundart aus, oder mengen mehr als gewöhnlich guinaische Worte mit hinein, oder reden so ausserordentlich geschwind dass sie manche Buchstaben gar nicht aussprechen." Eindelik (3°.) is de Duitse spraakkunst ongeveer 30 jaar later opgesteld dan de Deense, en dit tijdsverloop kan bij snelle wijziging der toestanden, vooral door aanvoer van nieuwe slaven, verschil opleveren. Groot is dat verschil echter niet. Zowel de Deense als de Duitse schrijvers staan geheel onder invloed der ook nu nog, bewust of onbewust, door talloos velen gedeelde mening dat er eigenlik maar één grammatika ter wereld bestaat, die der Latijnse taal, zoals zij die op school geleerd hebben. Andere talen, die geen uitdrukkingen hebben voor de Latijnse grammatikale begrippen, „vormen die door omschrijving." De Duitser gaat in deze latinisering nog

Sluiten