Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In zijn besprekingen der hoeken van Coelho en Adam heeft Schuchardt, zonder twijfel de heste kenner van het Kreools, op de eenzijdigheid van zulke uitspraken gewezen. Hij, die de mengeltalen van 't verre Oosten zogoed als die van Amerika bestudeerd heeft, komt er tegen op dat de oorspronkelike taal der gekleurde bevolking geen invloed zou gehad hebben: het Pidginengels, zegt hij, is geheel van de Chinese „Sprachgeist" doortrokken, en op de Antillen tonen de verschillende soorten Kreools zeer duidelik speciaal Afrikaanse eigenaardigheden l). Naast een dergelijke ethnologiese invloed moet men echter ook de algemene oorzaken in 't oog houden die volgens Coelho de enige zijn. 't Werk van de linguist moet juist wezen de waarde der verschillende faktoren te bepalen en hun werking aan te wijzen in elk biezonder geval2).

Ook de definitie van Poyen-Bellisle zal Schuchardt stellig niet bevallen. Reeds in 1883 uitte deze de mening „dass der culturelle Unterschied zwischen dem niedriger und dem höher stehenden Volke, dessen Sprache jenes erlernt, bei derEntwicklung der kreolischen Idiome überhaupt keine so wichtige Rolle spielt, wie man gemeint bat." 3) En inderdaad, wanneer men in 't oog houdt dat juist zeer weinig ontwikkelde volken dikwels een zeer ingewikkelde spraakkunst bezitten, kan men de lage trap van beschaving van een der beide volken niet als oorzaak opgeven van 't simpele karakter der Kreoolse talen; alleen de armoede aan woorden voor abstrakte begrippen kan op die wijze verklaard worden. Poyen-Bellisle heeft zijn definitie nog toegelicht door een voorstelling van de wijze waarop de twee talen met elkaar in aanraking komen. Hij neemt daarbij twee omstandigheden aan die z. i. tot vereenvoudiging leiden, n.1. „Ie maïtre (de vertegenwoordiger van de hogere beschaving) simplifiant autant qu'il le peut" en „1'esclave imitant avec tout le soin dont il est capable." Ik voor mij zou weinig rekening houden met die hun taal vereenvoudigende blanken. Ieder die niet aan taalstudie doet, vindt zijn eigen taal eenvoudig en duidelik; en mocht hij door een ander niet begrepen

') Zeitschr. f. rom. Philologie 1831 (V), blz. 581 vlg. ') Literaturblatt f. yertn. u. rom. Philologie 1883, kol. 23(5 vlg. 3) Kreol. Studiën IV, blz. 16.

Sluiten