Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veel talrijker dan de Engelse zijn de Spaanse woorden in 't Negerhollands. De nabijheid der Spaanse kolonies is m. i. in veel geringer mate oorzaak van 't voorkomen van Spaanse woorden, dan de verbreiding van het Negerspaans, het Papiements (zie hierboven, blz. 32). Vóór de stoomvaart bekend was, werd de afstand van twee plaatsen veel minder bepaald door de lijn die de passer op de kaart kan uitmeten dan door de route deizeilschepen, die afhankelik is van stroom- en windrichting. Zo kan 't Negerspaans van Cura^ao meer invloed gehad hebben dan de minder sterk verhaspelde taal der Spaanse bezittingen. De nauwe betrekking tussen Papiements en Negerhollands blijkt ook uit een paar woorden die aan beide talen gemeen zijn, doch, voor zover ik heb kunnen nagaan, in geen ander Kreools, en evenmin in t Spaans, voorkomen; het zijn papoessie en makoet (korenaar en mand). Spaanse woorden in 't Negerhollands zijn o. a.: adios, bambaj, boerrik, cabrita, cabé, haschee, kaba, kamina, karnat, koerri, knuk, mattaen, moeschi, no, parae, pat-pat, parri, pobre, savan, torka enz.

Gering is 't aantal woorden van onbetwijfelbaar Portugese oorsprong. Dit is enigszins verwonderlik. Ten eerste toch weten we dat uit Brazilië verdreven Joden zich op St. Thomas gevestigd hebben en deze Joden zullen, evenals hun geloofsgenoten in Suriname '), lang trouw zijn gebleven aan hun moedertaal. Verder kan men in elk Kreools dmlekt Portugese woorden verwachten uit de zeemans- en slavetaal die op de Goud- en Slavekust veel verbreid was2). De paar Portugese woorden die in 't Negerhollands voorkomen, als maski, na, bussaal, traval, zijn vermoedelijk langs die weg in 't Kreools der Antillen gekomen; men vindt ze in Oost en West3). De

) In <le voorrede vnn liet Geschied- en HandeXkundig Tafereel van de Bataafsche West-Indische Colonieën, geschreven door eeuige Joodsche geleerden (Nieuwe Uitgave, Amsterdam 1802), verontschuldigen de schrijvers zich over de vorm van hun boek, daar zij genoodzaakt zijn te schrijven in een taal die de hunne niet is, waarbij een noot: „Hunne gewoone taal is de Portugeesche en Spaansche."

2) Door die zeemanstaal heeft het Portugees „tast in jeder Kreolischen Mundart Spuren hinterlassen" (Schuchardt, Kreol. Stud. IV, blz. 38).

3) „Die Aufnahme dieser Formen reicht gewiss in die erste Hiillte des 10. Jahrhunderts zurück, als die Spanier 11111 ihre neuen Entdeckungen sicli noch wenig kOmmerten und die Portugiesen im Handels- und Religionsin-

Sluiten