Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 28. Waar twee medeklinkers samenkomen, zegt Magens Ui de G. D., spreken de negers die niet altijd beide uit. Deze echt Kreoolse eigenaardigheid blijkt voor 't Negerhollands uit woorden als bran op (opbranden, N. T. H. Mth. 3, 12), vass (N. T. Mth. 28, 9), billiar (billiard, G. D. blz. 58), tan (tand, T. P. blz. 137) enz. enz. 't Is onmogelik bij de verklaring een grens te trekken tussen deze Kreoolse neiging en de overeenkomstige verschijnselen in de gemeenzame en platte Nederlandse taal, waarin ik vin voor ik vind en derg. zeer gewoon zijn1), t Noordbevelands is rijk aan voorbeelden van weggelaten medeklinkers (Verschuur, § 203).

§ 29. Als een andere biezonderheid van de spreekwijze der negers vermeldt Magens dat zij de „litteras gutturales" niet goed kunnen uitspreken, en ze meest weglaten (G. D. blz. 8): ook de G. H. (blz. 3) getuigt dat zij „oft die mit der Kehle auszudrückenden Buchstaben auslassen." Van dat „weglaten" der keelklanken is zelfs in de T. P. niet zo heel veel te bemerken.

Na een e is de g weggevallen op 't eind van een woord, waarbij de e tot een diftong is geworden. Zo leest men bij de Denen (N. T. Mth. 2, 13) sellie ha ka loop wej (weg) en stier wei (Luc. 1, 53); de Duitsers schrijven wee. Op dezelfde wijze moet men verklaren de vormen lee en see (naar Duitse spelling) voor leggen en zeggen, want men dient uittegaan van de Kreoolse vorm van 't werkwoord, en die is leg en seg. Hoewel de Denen in de regel fonetieser schrijven dan de Duitsers, schijnen zij het bij deze beide woorden juist minder te doen; immers zij spellen leg en seg. De verklaring kan wellicht hierin gezocht worden dat in 't Deens de uitgang -eg als een diftong wordt uitgesproken, b.v. jeg (ik), dat bijna als jei klinkt.

Tee schrijven Denen en Duitsers op gelijke wijze (b.v. Mth. 1, 17); het woord betekent totaan en is ons tegen, in zijn Kreoolse vorm teeg (vgl. morg of mork voor morgen enz.)

Achter andere klinkers dan e valt g niet weg, dus dag, lotj (zelfstnw.), nog, bedrog, sug enz.

') In wind en overwind voor win(nen) en overwiti(nen) bij de Denen (N. T. Mth, 18, 15; Luc. 11, 22) moet men niet aan „graphie inverse" denken: de vertalers hebben hier aan de Deense woorden vinde en overvinde gedacht.

Sluiten