Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil aanduiden, zich bedient van een afzonderlik woord vóór liet hoofdwoord geplaatst (klein, beetje). De G. D. zegt (blz. 11) dat „de uitdrukking tje tot het uitdrukken van een diminutivum meest gebruikt wordt door blanken die Hollands verstaan." Do G. H. heeft iets dergelijks (blz. 16); beide kennen geen andere verkleinende uitgang dan -je en -tje. De teksten tonen echter iluidelik dat de diminutiva die hun verkleinende betekenis verloren hebben — een kategorie van woorden die in alle volkstalen zeer talrijk is — zo wel op -ie als op -je uitgaan. Men leest bankie, bergi en bergje, brokkies, diffie en diefje (duif), flessie en flesje, hoffie en hofje, kalfie, pvssie en jmssje (poes, kat), viegie (vijg) enz. Dit naast- en doorelkaar voorkomen van de beide uitgangen heeft tot verwarring en 't ontstaan van nieuwe slotklanken geleid. Daar de verkleinende betekenis van woorden als fiessie enz. geheel verloren was gegaan (vgl. N. T. D. Mth. 9, 17, volk....no due nytv ivien na oud leer-flessis), strekte de analogie zich uit tot alle woorden op -ie, en vooral tot de zeer talrijke woorden op -sie. Daardoor leest men in de T. P. (hlz. 138) pieterselje voor pieterselie en in N. T. D. (Luc. 12, 51) rysje voor ruzie 1). Ook zijn door de genoemde kontaminatie veranderd de uit het Frans overgenomen woorden die in 't gemeenzame Nederlands np -sie uitgaan, onverschillig wat hun Franse oorsprong is; b. v. consciensje (N. T. D. Rom. 2, 15), gasje (soldy, Luc. 3, 14), nasjes (naties, Openb. 7, 9), obligasje (Luc. 16, 6), ordinansje (Rom. 13, 2), penitensje (Mrcs. 1, 4), permisje iHandl. 28, 16), pestilensje (Mth. 24, 7), purgasje (G. D. blz. 63) enz. enz. Ook in de T. P. leest men dergelijke vormen telkens.

Al deze vormen vindt men in de Deense teksten. Dd Duitsers schrijven in de regel etymologies, dus öf, als kenners van t Latijn, ordinantie (N. T. H. Rom. 13, 2), patientie (ibid. Mth. 18, 26), presentie (Joh. 20, 30) öf, aan de Franse taal denkend, confoesie (Ps. blz. 184), noticie (N. T. H. Luc.

') In dit woord, en in enkele andere, is ook in onze laat verandering van snllix waar te nemen. De uitspraak ruusje, spinaasje (voor ruzie en spinazie) hoort men wel van bejaarde mensen, zonder dat aan gemaaktheid of scherts valt te denken (als bij kofje, foelje voor koffie, en foelie).

Sluiten