Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal worden, zal de voorkeur doen geven aan Zeeuwse herkomst;

een zo ?,'rote invloed van t hngels is ook niet waarschijnlik in de oudste teksten die wij bezitten.

De vormen van 't meervoud, ons en tvellie, jellie en sellie (ons is ook Zeeuws, en de andere vormen. cpwnnnliL- nmi

M , ■ • Q" " VVIIIIII UlVk 1% .

zijn in Nederland welbekend), verdienen hier geen nadere bespreking, wel de parallelvormen jent!er en sender die, ten minste bij de Duitsers, ook in de Nominativus voorkomen. Van Name (blz. 161) meent dat iender <>n spurlor <.n,-r^nn.„i

, > ./ jjvwi n.a|ruuu

precisely vvitli the Creole French zót (vous autres)"; hij ziet ... ,1.. . .. 1 .... . ♦» •• i «« *'

n lm» ui „u auueren en „zij anderen .

legen die verklaring heb ik twee hoofdbezwaren, die blijven

m»iauii ook di leest men niet u en zij anderen, maar je anderen en ze anderen. In de eerste plaats berust de vorm "At nn aan

speciaal Romaanse, gemeenzame manier vuil spreken (cf. vous autres, Ital. voi altri en vooral Sp. vosotros); men zou dus

niet ter verklar 1I1LT M.'lll ppn wil70 I7QI1 llif/1i.ulr)rin» -J.'«

0 — J »U»1 UllUl uit? tlilll

negers eigen is mogen denken, maar men zou invloed moeten onderstellen van t 1' rans ot Spaans en niet eens van't Frans* kieools, daar immers door sprekers noch hoorders zót ontleed wei tl in zijn samenstelling, die dan toch mii/evnlud -/nn 7nn

Zulk een invloed van een vreemde Europese taal is al zeer onaannemelik. Len ander bezwaar tegen 't aanvaarden van \an Name s onderstelling is de mogelikheid om de beide vormen uit het Nederlands zelf te verklaren. In 't Zeeuws is 'Ie meervoudsvorm van 't voornaamwoord der 2'1" Pil S1'*' norannn

\julder, zulder (Kousemaker, blz. 4) en 't Westvlaams heeft,

| oenaive ueze vormen, nog gijnder, zijnder, met de onbetoonde vormen je en ze. 't Negerhollandse jender en sender is nu waarschijnlik ontstaan uit een verhaspeling van de onbetoonde met de betoonde vorm, of liever uit het streven om de vorm zonder nadruk zeer te versterken. Stellig is de gelijkenis met 'Ie genoemde Zuidnederlandse v< rmen te groot, dan dat men geneigd zal zijn aan een verbinding met het woord „anderen" 'e geloven ').

') I>e uitgang -der in julder. zulder enz. heeft natuurlik niets niet -anderen" te maken. In ai deze vormen schuilt de genetiefvorm lieder; de " 'l'jnder en zijnder is uit de voorwerpsvormen van het enkelvoud "iKoiiistig (yijn en zijn).

Sluiten