Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als si (zijn), dat ook in Nederland dialekties als persoonl. voornaamw. in gebruik is. \ oorbeelden: sellie ha denk bie sender selv (N. T. D. Mth. 21, 25), em ka gie em quaat of em ka gie em self quaat (hij heeft zich bezeerd, G. H. blz. 25), Jesus ha draej He om (N. T. D. Mth 1fi 93 wan- ,l.

, " \ —* J —'' I " IUU uc

Duitsers schrijven hem om), Jesus ha ruep sie disciplen na, sie (N. T. D. Mth. 15, 32, Duitsers na hem).

§ 53. Onbepaalde voornaamw. en omschrijvingen die ze vervangen, zijn: allemaal, som (sommige), partie (partie van die skriftgeleerden ha seg, (N. T. D. Mth. 9, 3), een (iemand, een seg na hem, N. T. D. Mth. 12, 47), een goed (iets, ju bruder hab een gut tegen ju, N. T. D. Mth. 5, 23), een plek (ergens), niet een mens (niemand), niet een goed (niets)* Uit deze omschrijvingen spreekt de neiging om met nadruk te spreken die aan 't Kreools eigen is.

Voor iemand zegt men ook een volk, b.v. lastaan een volk loop na hoffie (laat iemand naar de tuin gaan, G. D. blz. 88). I'it gebruik van het verzamelwoord om een individu aan te duiden herinnert aan t Papiementse un hende voor iemand l'Sp. genté), en aan éne doumonde (un dumonde) in gebruik op Mauritius voor quelqu'un; een grijzaard noemt men op dat eiland éne vié doumonde.

§ 54. Het werkwoord kent geen vervoeging; alle vormen zijn gelijkluidend '), onderscheiding van de aard en de tijd der handeling wordt aangegeven door partikels, gelijk in alle Kreoolse talen.

Een passivum bestaat niet, al wemelen de Duitse teksten van vormen met word, en al worden vele bladzijden der G. H. ingenomen door een tot in alle biezonderheden uitgewerkt schema der werkwoordsvormen, waarbij, voor 't actief en t passief, het „gerundium", het „paulopostfuturum" en dergel. met worden vergeten. Dit is alles geknutsel van grammatici, geen waarneming van het gebruik.

Ook de Denen gebruiken somtijds een naar Nederlands model gevormd passivum, doch veel minder. In de spreekwoorden en gesprekken komen zulke vormen niet voor.

') 't Verbum substantivum is de enige uitzondering, dat heeft twee vormen: ben en wees (zie § 62).

Sluiten