Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teken van t praesens (misschien afgeleid uit leggen?1); lo is t partikel dat het ophanden zijnde futurum aanduidt en, hij t m onbruik geraken van le, een deel van zijn funktie, n.1. de duratieve, heeft overgenomen. Zo leest men iii de T. P.: Hu,so die beest lo kom an? (Hoe gedijt het vee?). De vereniging van de twee funkties is mogelik geweest omdat men in lo steeds gevoeld heeft het woord waarvan het de verkorting is, u.1. lopen (niet slechts = courir, laufen, maar, evenals in 't Afrikaans en in 't Hollands = gaan). In de G. D. (blz. 55) vindt men b.v. mie ha loop lej neer for lo slaep gue laet (ik ging heel laat liggen om te gaan slapen). Bij T. P. staal ook de verdubbelde vorm van lo met soortgelijke, versterkte betekenis: mi lolo na taphus (ik loop-loop, of ik ga gauw, d. vv. z. onmiddellik, naar stad), mi lolo suk stekki sotved gul

(ik ben aan 't halen, wn of 7.n 1 llfllpil ikiii af 11 Ir T T.'i

' O fiui\ pcivci V ). uil

dergelijke voorbeelden blijkt tevens hoe nauw aan elkander grenzen de aanwijzing van een handeling die bezig is te geschieden en een die onmiddellik zal plaats hebben.

't Meer verwijderde futurum wordt aangeduid door aal. I Nederl. zal. Magens heeft het verschil tussen lo en sal wel

gevoeld, want hij onderscheidt in zijn spraakkunst (blz. 19) for lo vervolg (til at forfölge) wat hij 't gerundium noemt van for sa vervolg (at skulle forfölge).

Ook het Papiements drukt het futurum uit door middel van het partikel lo, waarin Jesurun (Verslag Gesch. Gen. I, blz. 106), gelijk vóór hem reeds Schuchardt (Kreol. Stud. I, blz. 25),

ll£kf 11ÏAOA ƒ J. _] _ 1 1 * I V 1 > • <■

..V,. Wyv \attiiöiuiius, aaaeiiKj, dat in meer dan één

Kreoolse taal het teken van het futurum is geworden 2), herkend heeft. Schuchardt oppert het denkbeeld dat ook 't Negerhollandse lo (door hem uit de T. P. gekend) dit Cura?aose woord is; om tweeërlei redenen kan ik dit niet geloven: in de eerste en voornaamste plaats pleit er m. i. tegen dat de

U ..«-^1 * i ... • i i p. . i

ueieKeiiis lopen in lo neett stand gehouden, en ten tweede wordt in het I apiements het futurum anders gekonstrueerd. Daar staat n.1. lo vóór het persoonl. voornw.: lo mi bini, ik zal komen. Deze wijziging in de konstruktie zou echter geen

|) Alen denke aan de spreekwijzen ley niet te zaniken, te malen enz.

■) Zie Het Afrikaansch, blz. 52; Delgado, blz. 41 en Kreol. Stud. 1 blz. 26.

Sluiten