Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

('s morgens), na haen kraj, dagbreek (heel vroeg), gesterdag (gisteren), nogal (nog), morg die dag of morg self (bepaald morgen, morgen aan den dag), voor voor (te voren), nunuso (zo even), betit en onbetit (bij tijd en ontijde), na tid vor kom (mettertijd), nooit niet leevendag, no leevendag, leevendag niet '), gue gau, gau gau (spoedig), altemets (altemet, soms).

c. bijwoorden van getal en hoeveelheid. Mussie2; veel, makander (tezamen), soso (tamelik), almael gut (alles te zamen), stompie (kort\ heel heel, heet heet (geheel).

d. bijwoorden van hoedanigheid. Fraej (goed, in zeer uitgebreide zin), asterant (brutaal, astrant), voor soso (te vergeefs), waer maer (stellig), gue (zeer), swaarlïk (met moeite).

e. vragende bijwoorden. Wa of wagut (wat), wamaek, rvagut maek, wat for due, voor wa gut (waarom).

f. bijwoorden van gelijkheid en ongelijkheid. Vanglik, ookal (eveneens), onosoo (anders, lett. of niet zo).

g. bijwoorden van benadering. Bambaj (haast, bijna), beetje

mankeer (bijna).

h. bijwoorden van bevestiging, ontkenning en twijfel. Da (daar, zie § 70), no (niet; in t eigenl. Kreools komt ons niet alleen voor in samenstellingen als niet een goed, niet een volk enz.), meskien (misschien), kan wees (mogelik).

i. redegevende bijwoorden. Diemaek, dadimaek (daarom), fordimaek, voor door (omdat).

k. aansporende bijwoorden. Da fraej (goed zo), da sut (bravo).

1. rangschikkende bijwoorden. Kabae (op, ten einde).

§ 65. Van de voegwoorden teken ik alleen aan biealdien en nademael (die wij tans alleen kennen als boekewoorden), en maskie') (hoewel). Het onzekerheid uitdrukkende of wonlt vervangen door as (als): kik as mi hab tschikki (zie of ik een tschikki, insekt, in mijn voet heb).

In plaats van om gebruikt men voor in zinnen als mi bed joe voor een beetje brood, em vraag voor joe (hij vraagt naar je), em no keer voor mi (hij geeft niet om mij), ons traan

') Men vergelijke in 't Afrikaans uitdrukkingen als famelemese dage (Het Afrikaansch, blz. 135).

J) Zie de etymologie in het glossarium.

3) Zie 't glossarium; niet te verwarren met het Deense maaskee (misschien)-

Sluiten