Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mata mumma, du die before DnnH j

die kint, him sal ieet- m« „„„ L im,°fdfr en zet haar

i v . , * ' aau net kind vn™ — __i

k t L vv,« uai1 zaï

_ ; j^i, inti

mata kint. Hu u„c

—— u»t uciuie

mumma, him no sal jeet, him sal kris.

uoii zm

het haar opeten; maar dood

hof )r.n J . 1

*1,1U en zet het aan de moeder voor. rlnn ^oï l «

7 'icxi AIJ ue[

niet opeten, zij zal schreien >). WgLt„.j" Mlle bin' ™ ^rflar jouw fles is, is mijn glas.

Een man dodt, een ander man brod.

Ekke man suk sji eigen wif.

Man dodt, besjet gurri na sji door.

No fordimak ^ussje wander him fang rotter.

Crabbo no wander, him no kom fet; as him wander attofel, him sal loop na pot.

De ene zijn dood is de ander

*.iju urooa.

Niemand vrijt naar zijn eigen vrouw.

Wanneer iemand dood is, groeit er gras voor zijn deur.

Niet omdat de poes rondloopt vangt ze ratten.

Wanneer de krab niet rondloopt wordt hij niet vet; als hij teveel rondloopt, loopt hij in de pot.

Samenspraak.

Morruk, cabé, huso ju be die Gopi'h m i frufru? J w>eie morgen, kameraad, hoe P 137

Kaat t vnn „„ki Ja F

^ ***" vi/meuu r

°ank, mi be fraj.

Dankje, ik ben wel.

recht geeft om !e„ minder barlZr^Tp ,°fschoon 'l Kreoo>* 1 hanr (zi/n) eten laten staan. verdedigen, n.1. gij (het,

Sluiten