Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wa Ju Meester bin? Hem le slaep nogal?

Neen, hem ka wees wakker lang Tit.

Hem ka hoppo?

Neen, hem le lej na bobo die Bedde.

Mie mut praet mit hem.

Ju no kan seg mie, wat Ju wil hem?

Mie no kan.

Hueso? Ju no kan seg?

Mie no wil, fordiemaek mie Meester ha seg mie, dat mie mut praet die Woort na Ju Meester mie self.

Oho, ander Reis mie ookal sal due soo na Ju. Wag beetje, mie sal loop praet na mie Meester.

Waar is je meester? Slaapt hij nog?

Neen, hij is al lang wakker.

Is hij op?

Neen, hij ligt te bed.

Ik moet hem spreken.

Kan je me niet zeggen, wat je van hem hebben wil?

Dat kan ik niet.

Hoe dat zo? Kan je dat niet zeggen ?

Ik wil het niet, omdat mijn meester me gezegd heeft dat ik zelf de boodschap aan je meester moet doen.

't Kan me niet schelen *), maar een ander keer zal ik net zo met jou doen. Wacht even, ik zal 't aan mijn meester gaan zeggen.

Tussen twee slaven.

Dag, Carabeer! Goeien dag, reiskameraad!

Dag, wat ju le loop? Goeien dag, waar ga je heen?

') Hiermee geef ik Oho weer, op gezag van Magens, die het in 't Deens met ligemeget vertaalt.

Sluiten