Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B

Baas naam door de negers aan de Herrnhutter-zendelingen gegeven, G. D. blz. 38; de Deense zendelingen worden meester genoemd, G. D. blz. 37.

bambaj dadelik, G. D. blz. 26; toch, voorzeker G. D. blz. 71. In 't Negerengels betekent b a m b a i aanstonds (volgens Focke, het Eng. by and by). In 't Portugees van Ceylon (Delgado, blz. 190), en evenzo in 't Papiements (Van Name, blz. 158), zegt men het pleonastiese vamos vai als aansporing tot spoed. Uit deze laatste zegswijze is, onderstel ik, zowel 't Negerhollandse als 't Negerengelse woord ontstaan; in de eerste taal heeft het nog uitbreiding van betekenis gekregen.

bangres huik of kapmantel tegen de regen (Regnhaette); G. D. blz. 79 wordt gesproken van een vlyoeel bangres, met bovenstaande Deense vertaling. Oorsprong mij onbekend.

banvisch, gebraden vis, N. T. H. Luc. 24, 42; de Denen hebben brand vis, de vorm waaruit vermoedelik banvisch is ontstaan (§ 28 en § 40).

barbier geneesheer, N. T. D. Mth. 9, 12.

barbierman naam van een vis, Oldendorp blz. 108.

barrikad, bolwerk, N. T. H. Luc. 19, 43; barcad, T. P. blz. 138,

bargat, G. H. blz. 8 (Sp. barricada).

bateta knolgewas (Ipomoea batatas), T. P. blz. 138 (Pap. batata);

bateta-tow wortel met knollen, T. P. blz. 137.

batterie stroop, G. D. blz. 67. Oorsprong mij onbekend.

bederv vergaan, omkomen, N. T. H. Mth. 8, 25.

bedung bemesten, N. T. H. Luc. 13, 8.

beesjeet voedsel voor dieren (beesteëten), gras, G. D. blz. 75; T. Pt

blz. 137.

bejer bessen, G. D. blz. 65.

bespringel besprenkelen, N. T. H. Coloss. 4, 6.

bestel beschikking, recht van spreken (zie Nederl. Woordenb. i. v.), T. P. blz. 135.

beswaarde moeite, N. T. H. Mth. 20, 12. Germanisme; de Denen

hebben last.

bevoor voor, N. T. H. Mth. 2, 9; Germanisme.

bid verzoeken, nodigen, N. T. Luc. 15, 28.

Sluiten