Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

biren buurman (uit bierman, G. D. blz. 75), T. P. blz. 137. blameer kwaad spreken, N. T. H. 2 Cor. 8, 20.

blanko blanke, G. H. blz. 50 (Sp. blanco).

boetje broer, G. H. blz. 111. Ook Afrikaans. Vermoedelik niet van Ned. oorsprong. O-t-U.

boya geest, G. D. blz. 35. Waarechijnlik een Caraïbies woord; maboya betekent in die taal boze geest (Hist. nat. des Ant blz. 392).

bomba opzichter, Oldendorp blz. 380; naam van een drank, G. D.

blz. 63, Oldendorp blz. 262. Oorsprong mij onbekend.

bomedel een plant (Erithryna Corallodendrum), Oldendorp blz. 217,

die verbastering onderstelt van bots immortel.

borika, boerrik ezel, G. D. blz. 71, Ps. blz. 35 (Pap. burricoe,

Sp. borrica en borrico).

borsje onderlijfje, G. D. blz. 78.

bottle fles, T. P. blz. 135. (Misschien Eng. bottle, doch waarschijnliker Pap. bottel, Sp. botelln; Nederl. bottel schijnt eerder aan die laatste taal dan aan 't Engels ontleend).

branmier, mier, G. H. blz. 34. Bij Pontoppidan (blz. 135) bram bi

(vgl. § 38).

brau overkoken, T. P. blz. 137.

bukram boekram, G. D. blz. 59.

busael in Afrika geboren neger (in tegenstelling van Kreool), G. D. blz. 77, Oldendorp blz. 368 (Port. bo(al en bussal, ruw! onervaren).

c

Cabé kameraad, T. P. blz. 137. Zie earabeer.

cabrita geit, T. P. blz. 135, G. H. blz. 35 (Pap. en Sp. cabrita.)

ealo galopperen, T. P. blz. 138 (Pap. galop, Sp. yalope, zelfstandig

naamw. tot werkw. geworden).

eamerier rentmeester, N. T. iï. Rom. 16, 23.

camina akker, T. P. blz. 138; nadere omschrijving bij Oldendorp. blz. 381 (Pap. camina, Sp. camino, vgl. Scliuchardt Kreol. Mud. I, blz. 18).

earabeer kameraad, G. D. bis. 52, waarde verklaring staat dat zo de negers elkaar noemen die met hetzelfde schip uit Afrika

Sluiten