Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRUGGE

Brugge slaapt! Er waait een geur van late anjelieren L it stillen tuin de stille straten door,

Met zacht gebeier zingt het klokkenkoor,

Op loomen zwing lciblauwe duiven zwieren.

Heel verre drijft een blanke wolk van droomen: In slepend kleed verschijnen een voor één De luistervolle dagen van voorheen En stralen lichter wen ze nader komen;

t Zijn schaduwen van wonderschoone vrouwen, Geschcnier van brocaat en hermelijn,

Memlinc's Madonnas, die in teeren schijn, Zoo innig-vrooin de handen samenvouwen.

t Zijn op met rood en goud getuigde rossen. Riddergestalten in witblinkend staal,

Hoog en gestreng, beweegloos in het zaal,

Op zwarte helmen wuiven vederbossen.

Doet geen gerucht U uit den droom ontwaken, Oud Brugge, Schoone Slaapster onzer eeuw?

Hoor, tl'echo klinkt weer: „Vlaanderen de Leeuw!"

Hoor 't zwaardgekletter, dat de strijders maken!

Maar Brugge slaapt Dc heerlijke paleizen

Buigen zich stil over de blauwe gracht,

Dc zwanen glijden zoo geruischloos zacht

Of op hun wiekgeklep de Droomster zou verrijzen.

En wij, die door dc grijze poorten waren,

Zien haar mystieke kalmte langs ons gaan,

We zwijgen om haar beter te verstaan

En droomen meê, wijl we op haar schoonheid staren.

Sluiten