Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekert door elk zinnetje van een echt boek heen den schrijvei, die er achter staat, in de oogen te kunnen kijken, zelfs uit de komma s en de punten iets te kunnen afvoelen van het le\en, dat die schrijver leeft. In de geschiedenis . . . aan geen geschiedschrijver mag, volgens Fruin, als ideaal worden voorgehouden, dat hij „van het verledene een spiegelbeeld geelt : dat is „het onmogelijke te eischen"; hij kan het gebeurde niet anders voorstellen, dan „zooals het zich aan zijn verbeelding voordoet".') In de wijsbegeerte .... wanneer het mij geoorloofd is wederom een hoogleeraar in de philosophie, eveneens uit Tübingen, aan het woord te laten komen, Hkinrk h Si>itta schrijft2): „Vergessen hat man in diesen unseren Tagen vielfach, dass Philosophie nicht allein eine Wissenschaft ist, sondern dass sie ganz vornehmlich Sache tiel'er und ernster Gesinnung sein soll; uur ein grosses, gutes Herz vermag groszes Wissen zu bandigen und zum Segen fiir die Menschen zu bringen".

En dan de theologie! Zij is, laat mij mogen zeggen de aller-centraalste van alle wetenschappen, omdat zij de allerdiepste diepte van het menschelijk leven raakt. Om 't even of (iij in ouderwetschen trant haar object omschrijven wilt als „de kennisse Gods", dan of gij, haar m. i. ten onrechte met godsdienstwetenschap vereenzelvigende, het als hare taak beschouwt de religie, dat machtigste van alle machtige verschijnselen in de menschenwereld, naar alle zijden wetenschappelijk te ontvouwen en te verklaren, zoodra gij met godsdienst te doen krijgt, krijgt gij te doen met een wereld van geestelijke dingen, waarvan gij de realiteit kunt loochenen, zeer zeker, maar niet zonder dat gij heel dien godsdienst onder de pathologische verschijnselen rangschikt en

') De onpartijdigheid van den geschiedschrijver, 18K0. 2) In de voorrede van zijn boek: „Mein Recht auf Leben".

Sluiten