Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk overtuigd worden van de werkelijkheid. Hoe zullen wij nu in ernst gaan redeneeren en speculeeren over een object, waarvan het voor ons eigen bewustzijn twijfelachtig is, of het al dan niet bestaat? Verbeeldt u een blindgeborene, die zich wil gaan toeleggen op beoefening van de astronomie! Verbeeldt u iemand, die de toonkunst tot voorwerp van wetenschappelijke onderzoekingen maakt, zonder een greintje muzikaal gehoor of muzikaal gevoel te bezitten! Pilatus vroeg: „wat is waarheid?" „Voor den schertsenden Pilatus", zeggen wij met Carlyle, „bestond er niet de minste waarschijnlijkheid, dat hij de waarheid zou ontdekken. Hij zou niet in staat zijn geweest haar te erkennen, ook al was een god ze hem komen vertoonen. Blinde ondoorzichtigheid, blinder dan de staar, sluierde zijn lachende oogen voor de waarheid; het innerlijke netvlies zijner oogen was verlamd en afgestorven. Hij zag de waarheid aan en erkende haar toch niet, terwijl zij vlak voor hem stond.'' En ik wil er dit bijvoegen: Pilatus was een schrandere kop. In onze dagen levende zou 't hem zeker niet veel moeite gekost hebben zich een groote massa theologische kennis te verzamelen. Wie weet of hij niet in staat zou geweest zijn als grammaticus of lexicograaf vele lauweren te plukken? Zou hij zich daarmede een plaats in de rij der echte theologen hebben verworven, en ter wille van een misschien reusachtige geleerdheid mogen geacht worden te behooren tot die heroën op het terrein der theologische wetenschap, Augustinus, Luther, Schleiermacher, Vinet en zoovele anderen, uit wier arbeid zooveel heerlijkheid ons toestraalt, bovenal omdat zij zelf zooveel heerlijkheid gezien hebben in de waarheid, waarvoor Pilatus, ofschoon zij vlak voor hem stond, met zijn aristocratisch scepticisme de schouders ophaalde? Credat Judaeus Apella!

Met de waarheid, die daar voor Pilatus stond, hebben wij christelijke, protestantsche theologen te doen in de eerste

Sluiten