Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigen zaligheid gezien. Van Christus gegrepen zijnde, hebben wij Hem aangegrepen door het geloof. Dat is het allerfeitelijkste feit, de allervverkelijkste werkelijkheid uit heel onze levenservaring. Ik begrijp wel, dat zij die buiten deze heerlijke ervaring staan er toe moeten komen die gansche wereld van geestelijke dingen, ons in Christus geopend, als een waan ter zijde te stellen, ik vergeet ook niet dat de realiteiten van leven en licht, ons in Hem geschonken, voor ons denken vraagstukken worden, waarop dat denken in de meeste gevallen het antwoord moet schuldig blijven, maar dit doet allerminst afbreuk aan de rustige blijdschap, waarmee wij verklaren: „ik ben verzekerd". Ik denk aan die klassieke uitspraak, Hebreeën 11 r lr z7~vj 'ji zi7-i.z è'/.n^sixsywj 'jr.svzainz, -yy.yij.y-wj u.iy/y. (bfozc'x-jwj. 'Tzcttzti; — in den grond een militaire uitdrukking, gelijk sommigen meenen, 't is alsof wij in den klank van het woord reeds iets hooren van ons „positie , „vaste positie" — het post vatten, het subjectieve; shy/s;, id quo aliquid probatur, „die Ueberfiihrung", het objectieve. De openbaring der onzienlijke dingen is ons te sterk geworden, zij heeft ons overmocht, en wij hebben in volledige vrijheid ons aan haar onderworpen met de daad des geloofs. Het eene laat zich niet zonder het andere denken, evenmin als het nemen van een vaste positie zich laat denken, zonder de aanwezigheid van een vasten bodem. Het objectieve en het subjectieve niet slechts gecoördineerd. Maar het objectieve in het subjectieve. En het subjectieve in het objectieve. Het objectieve in het subjectieve volkomen objectief. En het subjectieve in het objectieve volkomen subjectief. En nu kunnen we niet anders dan „verzekerd-zijn". Nietzsche, die zoo verdienstelijk den draak steken kon met het Christendom, schrijft ergens: „Menigeen is gekomen tot den ootmoed, die zegt: credo quia absurdum est en die alzoo het verstand ten offer brengt, maar zoover ik weet, heeft nog niemand een

Sluiten