Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengen, een historisch stuk; zoo ge wilt voor een bepaald leervak, dat dan zijn plaats in het aanschouwingsonder wijs moet weten te vinden. En voor dat leervak zal dan de regel gelden, gelijk voor de andere vakken, dat gij de stof' tot de aanschouwing brengt, en ook de godsniannen en den Christus doet zien. Zoo er een Woord (iods is, moet het spreken door de Aanschouwing, spreken niet tot het verstand, maar tot het geroet, tot de verbeelding, tot den wil. I>e bijbelstof voor de school mag dun enkel historische stof, <«///schonwingssto>f, zijn.

Wij meenen, dat op dezen weg geen ontkomen is aan de consequentie der empirische Wetenschap en van de empirische neutrale School.

De llijbel is echter iets anders dan men van Ethische zij, onder de overheersching van een valsche wetenschappelijke stelling, van haar maakt. Zij zelf verzet zich tegen de plaats, die men haar in dit stelsel wil geven. Eu waar haar niet de plaats van haar recht wordt gegeven, daar zal welhaast voor de consequentie van het empirische stelsel de Bijbel uit de school wijlen. Voor haar is, til* liijbel, in dit stelsel geen plaats.

Neen, voor de School met den Hijbei is de Schrift begimel en bron voor de hoogste kennis, voor de kennis van den Onzienlijke, en van de onzienlijke dingen, die achter en boven en onder de zienlijke dingen zijn; en daarom is die Schrift beginsel van alle ware kennis.

Zij is dat als 11'oord Gods; dat niet door aanschouwing, door empirie, tot ons komt, maar dat een licht is buiten en boren het aanschouwelijke ontstoken, opdat wij bij dat licht zouden zien: »In uw licht zien wij het licht!"

Daarom moeten wij den Hijbei, ook tot het kind, ook in de School, brengen als het Woord (iods; wij moeten dat Woord zeiden, ook waar wij de aanschouwelijke bijbelstof', de Bijbelsche Geschiedenis, geven. En we moeten dat Woord in den Naam, met het gezag des lleeren, het g<-zag van het Woord Gods, laten lichten over alle dingen, over alle veld van kennis; over alle vakken van onderwijs. Wij moeten door dat Woord (iods, sprekende, lichtend over den leerling en over de leerstof, onze I'hyehologie, onze Paedagogiek, onze Methodiek, ons leerplan en onzen leergang, onze leerwijze en onze leermiddelen laten bepalen.

Sluiten