Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevangen nemen, hoeveel moeite de drossaard en schepenen zich ook geven 0111 hen in handen te krijgen: niemand die hen kent. niemand, die zelfs eenig vermoeden durft uiten — 't is mogelijk dat de eigen vrouwen niet eens weten, dat hun mannen . . .

Heilige Marie Moeder Gods! Welke afschuwelijke gedachte maakt zich daar meester van zijn brein — hoe heeft hij zoo iets kunnen denken: hij zal den volgenden Zondag, terstond naar den pastoor gaan om zich te biechten.

't Is avond; de wind loeit en giert fluitend door het naakte, zwarte woud; de bruin vochtige bladeren vliegen op van den grond met woest wentelende zwaaien hoog in de lucht; de dorre takken breken af van de hoornen met krakend geluid; logge, grijze wolken glijden langs den donkeren hemel in ijlende vaart; 't is ijzig koud.

In t krot van Poijck weer volslagen gebrek, de meest naakte armoede; het meel is verorberd en thans niets, niets meer, wat hij nog zou kunnen verknopen.

Hij heeft gebeden uren lang: hij heeft in d<> kerk gelegen op z'n knieën voor het beeld van den gekruizigden Zaligmaker, maar Deze heeft zijn gebed niet verhoord: er is geen uitkomst, geen redding gekomen; hij heeft getracht eenige visschen te vangen, maar de slagregens der laatste dagen hebben 't water plotseling doen zwellen en 't kleine, rustige nvierke ver buiten zijn

Sluiten