Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrikbeelden, stapt hij verder, steeds verder niet angstrillingen onder de schedelhuid.

Eindelijk is hij op de aangewezen plek in de weide achter den Leienhof.

Allerlei gedachten doorkruisen zijn brein; hij herinnert zich zijn jeugd, zijn braven vader, zijn lieve moeder, die hein heeft leeren bidden; hij herdenkt het plechtig oogenblik zijner Heilige Communie; hij ziet zich zeiven weer voor het altaar, naast zijn trouwe Nelke, toen hij nog braaf, nog eei'lijk was en nu .... op het punt om een dief. een Bokkenrijder te worden, bereid 0111 zijn ziel te verkoopen.

Nog kan hij terug, nog is liet niet te laat.. . .lezus Maria ... 't is hem of de grond plotseling zich openrijt onder zijn voeten, of alles om hem heen rondwarrelt in een duizelingwekkende vaart en door dien draaienden chaos komen enkele gestalten regelrecht op hem af.

't Bovijnlijf zakt neer in de heupen; hij dreigt te vallen als plotseling twee handen, gelegd in de okselholten onder zijn armen, hem weer opschokken.

„Good da's te gekomme bös; parmantige, stevige kèls wie doe könne veer good gebruuke," sist hem toe diezelfde grijnsspottende stem, die hij reeds heeft gehoord en tegelijkertijd bindt diens metgezel hem een doek voor de oogen.

I)e beide mannen leggen hun armen in de hoeken zijner ellebogen en sleuren hem mede.

Hij laat zich voortslepen, werktuigelijk, volkomen willoos, uren lang.

Plotseling een duffe saai-warme lucht om hem heen en de blinddoek wordt weggerukt.

Sluiten