Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klein ronde lichtschittering, een ster. daarnaast nogeen en weer een, velen, zeer velen.

Hij is dus weer buiten, in de open lucht.

De andere Huistert hem in 't oor zich zoo stil mogelijk te houden.

Voorzichtig gluurt deze in 't rond en luistert met ingehouden adem; niets, niets, geen enkel teeken van leven.

„L)ao, dè kant op," lispelt zijn metgezel, „ altied nier recht toe aon: noe adie, ich moot weer truk. Kruipend over den vochtigen bodem, te midden van hoog ontbladerd struikgewas volgt hij de hem gewezen richting, die Item voert tot op den grooten weg.

Op eens vlak voor hem weer die herberg „de gouden hamer.1'

Hé, is bij hier, zoo kort bij den Leienhof en die twee kerels hebben hem minstens een geheel uur rondgeleid.

Er brandt nog licht; nieuwsgierig gluurt bij naar binnen door een kier van liet gesloten venster.

Santa Maria, dat is de kamer, waarin bi j straks is geweest; daar staat de kast, diezelfde kast met die geheimzinnige deur en daar vlak bij. aan een tafel zitten rustig kaartspelend Haltlms Kerkhoffs, Leonard huppen en nog twee andere Bokkenrijders, wier namen hij niet kent. ')

't Is ot' liet zien dier mannen, wier makker, wier bondgenoot bij thans is, hem vrees aanjaagt, hem niet walging vervult. e

') La nuit, 11011 loin de Heerlen, a 1'endroit appelé „Heerierheide" il y avait réunion a 1'auberge ayant pour enseigne „au niarteau d'or.

„Le baudit de Heerlen" par Kichard Quaedvlieg pag. 21.

Sluiten