Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Later, later es te weer l»ie bös mit 't werk. moos te 'n em weer ins get |ielj«l vraoge.

„Oeljd,geljd" — hij heeft vergeten te vertellen, dat hij ook nog ruim twaalf daalders bezit. . . maar waaiom wil ze geld hebben; ze heeft toch alles, alles, wat ze noodig heeft en verwonderd vraagt hij. ,,\\o\eui moos te geljd höbbe, vrouw !

Dan zacht, vertrouwelijk fluisterend, haar mond liet kozend tegen zijn oor: „daomit veeroos weer ringe könue koupe, de hèligheid van ooze trouw; i«'h zal «1 n pastoir vraoge, dat lieer ze oos weer aon de \in^ieis «leit.

Een nieuw pijnlijk schrikken, een nieuwe wroeging, hij heeft nog geld. maar. dat is ook al door den hatan gegeven, «lat is ook al ontheiligd en daarvan \\ il hij niet koopen de heiligheid van hun huwelijk. Zijne vrouw mag dus niet weten, dat hij «lat geld nog bezit; hij zal liet verbergen op eene veilige plaats, waar zij het nooit zal vinden.

Vlug staat hij op; weer werpt hij z'n oude schamele plunje om z'n lijf. en dan ijlt hij weer naar buiten.

De zilveren muntstukken, «lie hij gisteren heeft aanschouwd met van innig geluk stralende oogen, die hij heeft geteld en herteld in hoopvolle blijdschap, ze branden hem nu heet op de vingers; hij werpt ze weg ruw. achteloos achter een takkebos in «le donkere grot.

Hij walgt van 't gebra«len spek, «lat ze hem «lien middag voorzet, en als zij [wil uitgaan, getooid met haar nieuwe kleeren, dan verbiedt hij haar «lit op schiei ruwe wijze: «le andere dorpelingen behoeven hun rijkdom niet te kennen: ze zouden jaloersch zijn, ze zouden misschien denken, dat hij t gestolen had en dat wilde

Sluiten