Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en stootend dringt Scheffers zich naar voren tot bi, de tafel, waaraan Kerkhoffs en zijn broeder Balthns zitten en hij krijscht „meister, gèf mich twië sterke luu en ich verassereer uch, dat ich de ganse Geschaft veer-

digspeul."

Goed, kies dan maar zelf .ie helpers uit.

'.Noe laot dan nier Dries Gabels en oozen nuujen vrunjd Arnold Poyck mitgoon; 't zien allebei parmantige kèls.

llc ongelukkige is bij 't hooren van zijn naam 1 geploft, zwaar, log op den breeden, vierkanten zandsteen, die achter hem staat; zijn donkere oogen schitteren in het lijkkleurig gelaat, terwijl zijn hleeke lippen slechts prevelen: „ich . . . ich . . . stele ...ui ome au

„lotseling,overdonderend'tlnidrnchtig,verward stem-

mengernisch, met zware bulderstem te schreeuwen: nein, ich doon et neet. ich wil neet stele.

" Een doodelijke stilte; allen kijken hem aan met booze

blikken; een dreigend gemurmel om hem heen; tal vnn gel,al,le vuisten, die zich tegen hem opbellen; een zich langzaam voortbewegende muur van lichamen, die ben, terugdringen tot aan den wand; een gillende stem, die hem toesnauwt: „doe, doe wil» neet stele, me doe wils waal proHteere, van waat veer stele, veidomde lafbek" en andere stemmen 111 woeste dooreeumengeling: „slaot en. kapot den Schwerenother,

tramp ') em z*n ribbekas inein.

„Stilte! noudedomme," krijscht de aanvoerder der bende, terwijl hij de hamer met snelle, harde slagen op de tafel doet neerkomen.

l) trap.

Sluiten