Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derworpen bidden plotseling een luide, krijscliende lach, een blijmoedig gejubel van den molenaar, die zijn nog gev ulden geldbuidel ontwaart, achteloos neergesmeten in een hoek.

„Waar is vrouw DoldersT vraagt de drossaard aan

Scheffers, die thans vlak voor hem staat.

„Zeuk ze mer zelf," luidt het antwoord, brutaal gezegd.

Terstond werden enkele dienders gelast het huis te doorzoeken en de bewoonster voor hem te geleiden.

Niettegenstaande de meest nauwkeurige nasporingen mogen zij er niet in slagen haar te vinden ').

De drossaard beveelt daarop zijn mannen de gevangenen te geleiden naar den kerker, een ruime kelder

van het kasteel te Heerlen.

Wijl ze op het oogenblik niet kunnen beschikken over koorden ot' kluisters 0111 de misdadigers te boeien worden de knoopen hunner culottes afgesneden.

Gedwongen derhalve 0111 hunne broeken met de hand vast te houden is hun zelts elke poging tot ontvluchting onmogelijk gemaakt.

Met vluggen tred schrijdt de stoet voort, Schetter» en Gabels steeds hun God verdoemend met afschuwelijke vermaledijdingen, Poyck Hem aanroepend 111 een zich verootmoedigend berouw, uitgillend 111 luide kreten zijn smart en wanhoop en «Ie mulder nnmer grinnekend, grijnslachend van intens genot over het

weervinden van zijn schat.

„ Pas op da s te de kameraode neet verraojs, angers

1) De rooversbenden enz. Jos. Hussel.

Sluiten