Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kapelaan heeft zijn hand op haren schouder gelegd en toen j/e/e^t 1°. dat het (tods wil is gew eest. il«i t 11 i] haar zeker op zulk een harde wijze heeft willen beproeven. dat zij haar lot met nederige onderwerping moet dragen, en samen hebben ze gebeden, lang. heel lang.

't ls donker in de hut.

Nelke heeft den nacht wakend doorgebracht; de smart en wanhoop hebben den slaap uit hare oogen gebannen; ze zit rechtop in haar bed. de hoog opgetrokken knieën omsluitend met haar armen.

1 )e roodplekkerige. glinsterende staroogen turen wezenloos naar de scheuren en gaten in hetdak, waardoor in gouden luchtschijnsel de sterren flikkeren; de volronde maan blinkt ook aan het uitspansel; 't is daar buiten alles lichthelder en .... het lijk van haai man hangt tusschen de lichamen van die andere ellendelingen. die hem hebben verleid, die hem hebben gedwongen te stelen ter wille van haar, ter wille van hun kind.

Zouden er op dit oogenblik nog wezens zijn, nog wreede, onbarmhartige wezens, die daar staan op den Heersberg, onder de galg. opkijkend naar zijn lijk, vervloekend den ellendeling, den dief, den Bokkenrijder of zouden ze misschien lachen, uitbundig lachen niet achterover geworpen lijf, de handen omklemmend de heupen van blijde pret, als ze zien die in de lucht

bengelende lichamen.

Jezus Maria Jozef, 't maakt haar gek dat denkbeeld, haar man, haar brave Nol, die zich heeft ten offer gebracht om hen te redden, nog na zijn dood uitgelachen,

Sluiten