Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bespot: die spot is oneindig veel grievender. veel wree-

der dan hnn toorn.

Ze werpt zich achterover, plakkend de handen voor

oogen.

Uitgelachen, die man. haar heilig, gehoond door tallooze kwinkslagen en grappige woorden, wreed in hun zoutelooze lafheid, die de nieuwsgierigen, van alle zijden te zaamgestroonid. elkander toeschreeuwen met ginnegappende monden.

0, die ellendelingen!

't Is ver weg, waar zijn lijk hangt aan de

galj, bij Heerlen, in het land van Valkenborch.

Zij is er nooit geweest en zij durft den weg niet vragen. want geen der dorpelingen zal haar willen antwoorden; de kinderen, de vrouwen zullen haar ontvluchten en de mannen zullen haar wegjagen met booze oogen. vol verachting, haar. de vrouw van den Bokkenrijder, van den door God vervloekten booswicht.

En toch .... toch zal ze er heengaan met haar kind en ze zal vertellen, ze zal het uitschreeuwen tegenover al die menschen, die daar staan, dat die ter dood gebrachte dief was een braaf man, die gestolen heeft om zijn vrouw en zijn kind niet van honger te laten omkomen en dan dan zullen ze misschien niet meer

lachen, niet meer spotten; ze zullen medelijden koesteren voordien ongelukkige. Ja, dat zal ze doen, dat wil ze, dat moet ze; 't is haar heilige plicht.

Ze springt op van 't stroO; met driftige snelheid werpt zij de nieuwe warme kleederen oin het lijf, wikkelt haar kind vast, eng, in de wollen deken en ze verlaat haar krot. Dan een aarzelen, een bang twijfelen:

Sluiten