Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een luid schaterend krijschgelach, hoog hovenm 't luchtruim, doet stollen 't bloed in haar aderen.

Ze heeft de kracht niet meer 0111 staande te blijven ; alles draait en wentelt in duizelingwekkende zwaaiingen om haar heen, en in haar ooren een dof bromsuizen; ze voelt zich zelve wegzinken in een onmetelijke leegte, en instinktmatig de armen slaande 0111

haar kind. zijgt zij neer.

Als zij eindelijk ontwaakt uit haar onmacht, ontwaart zij in breeden kring loodrecht boven de galg, een groote vlucht van raven, zeilend op de uitgestrekte

wieken.

Ze ziet ze dalend neerkomen, lager en lager, korter en korter bij de hangende dooden.

Eindelijk, naeenige fladderbewegingen met de vleugels. strijken er enkelen neer op den dwarsbalk en

anderen volgen.

Ze wil ze wegjagen niet dreigend, zwaaiend armgebaar, maar de dieren, zoo dicht bij hun prooi, laten zich niet afschrikken; ze krassen haar tegen met wijdgeopende bekken, als lachen ze haar uit. als bespotten ze haar onmetelijk zielelijden.

Met kleinen, korten vleugelslag springt er een op

het hoofd van haren Nol.

Vlug spreidt ze de deken en wollen doek uit over

den grond en wikkelt er in haar jongen.

Heviger, woedender nu het zwaaien met beide armen; ze sist door haar tanden heen; 't baat haar echter niet ; 't is alles te vergeefs; 't beest krabt met zijne scherpe, spitse klauwen de sneeuw weg van t donker hoofdhaar, en dan vooroverbuigend den kop,

Sluiten