Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoort het <len puntigen snavel in het opgezwollen

vleesch van het voorhoofd.

Santa Maria, Moeder Gods, is er dan niemand, niemand, die haar kan helpen om die afschuwelijke heesten te verjagen en ten minste 't lijk van haren man te beschermen tegen die gedrochten; is er dan geen bod, die over hem waakt, want Deze weet toch, dat hij geen gemeene dief is, dat hij heeft gestolen voor haar, voor hun kind.

Ze tuurt rond met glinsterende koortsoogen overal om zich heen, overal zoekend naar hulp.

Daar vlak heneden haar, aan den voet van den heuvel. ligt een uitgestrekte hoeve metstallenenzoldeis, daar moeten ook ladders staan; die zijn er altijd, waai schuren zijn.

Ze bezint zich niet lang; nog even een vluchtigen blik naar het rustig slapend wicht, en zij holt den berg

af in ijlende vaart.

Weldra staat zij voor een groote poort ; zij tracht de klink op te lichten, te vergeefs; met haar schouders poogt zij de deur open te duwen; t gaat niet, zij

heeft er de kracht niet toe.

Ze loopt verder, hopend ergens een opening, een toegang te vinden; daar een dikke haag; zij klimt er ovei, niet voelend, dat de doornen haar beenen openrijten; vlak bij haar tegen een muur een lange leer; ze grijpt deze en dan weer terug over dezelfde haar vleesch \ ei scheurende haag, weer den Reersberg op, naar de galg.

En inmiddels zijn de hoofden, de halzen der dooden bedekt met raven, die met hunne klauwen wroeten in het bloedende, lillende vleesch.

Sluiten