Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gewennen . . . tevreden stellen, zal hij dit nog kunnen doen 1 Zal dat kind zich niet ongelukkig, rampzalig voelen, als ze hem wegrukt uit die omgeving, als ze hem berooft van die weelde.

Zal hij haar, de eenvoudige boerenarbeidster, kunnen liefhebben; zal hij niet betreuren het oogenblik, dat hij haar — zijn moeder — voor het eerst lieett gezien.

Heilige Maria, Moeder Gods, een verschrikkelijke gedachte en onwillekeurig slaat ze weer den blik omhoog naar dat paleis, waar haar kind woont.

Werktuigelijk stapt ze voort, langzaam, droomerig voor zich uitturend, altijd naar dien heuvel.

Op eens voor haar een breede oprijlaan, donker beschaduwd door de hooge wit en rose bepluimde kastanjeboomen aan weerszijden van den weg.

Ze loopt verder in de in talrijke zigzagwegen opglooiende allee, tot zij eindelijk staat voor een lijk veiguld hek. Ze omvuist twee breede ronde stangen en ze tuurt in stomme bewondering naai* dat kasteel met zijn tikers en kanteelen, omgeven door tallooze gras- en bloemperken, te midden waarvan sierlijke met allegorische beelden bewerkte fonteinen hunne waterstralen

hoog opstuwen.

Wat kan haar jongske hier spelen en stoeien, wat kan hij rondloopen in dien ontzaggelijken tuin; wat moet hij zich gelukkig gevoelen; en al dat vermaak, die vreugde, dat geluk zal weg zijn voor hem, voor eeuwig weg, als zij de rechten van haar moeder-zijn doet gelden. als zij hem terugeischt van dien man, van die vrouw, die zijn ouders niet zijn .... en als ze dat niet

Sluiten