Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doet, als ze hem laat voortleven te midden van dat geluk...dan zal „zij" ongelukkig zijn, haargeheeleleven lang, dan zal al haar werken eu zwoegen, gedurende jaren, al haar schrokkig, gierig sparen, duit voor duit, te vergeefs zijn geweest.

Hen zielepijnigend voelen in haar.

liet onmetelijk geluk zóó nabij en tegelijkertijd zoo ver verwijderd; zij heeft slechts één eukel woord te zeggen om al haar illusies, al haar idealen verwezenlijkt te zieu en dat woord zal zij niet zeggen, want „zij moet zich opofferen, „zij" moet voortsleuren een rampzalig, folterend bestaan, ter wille van haar kind, daarvoor is zij „ook" moeder.

Haar wangspieren sidderen, haar neusvleugels trillen en tranen wellen op in de oogranden.

Ze wischt ze weg met korten armveeg, want ze wil niet huilen, zij wil niet zwak zijn op dit oogenblik, nu ze sterk moet zijn.

Wat, wat te doen?

Weer terugkeeren denzelfden langen weg, zonder haar jongen te hebben aangeraakt, zonder hem zelfs een woord te hebben toegevoegd.

Dat, dat kan ze niet. dat is haar onmogelijk, dat offer is te groot, te zwaar.

Loom verwijdert zij zich van 't hek, telkens omkijkend naar dat park, naar dat kasteel.

Op eens een kleine zijweg, die naar het bosch voert. Daar zal zij zich verbergen, totdat het rijtuig terugkeert, totdat ze haar jongen weer zal gezien hebben en dan zal ze wachten, totdat eenmaal de gelegenheid zich voordoet hem te kunnen spreken, zijn stem te hoo-

Sluiten